vrijdag 31 maart 2017

280. COLUMN (JEROEN) KRABBÉ ZOEKT VAN GOGH EN PICASSO (AVRO/TROS), WRANG MAAR WAAR: TRAGIEK BOEIT, TRAGIEK EN ROMANTIEK IN LEVEN VAN VINCENT VAN GOGH, EENZAAMHEID, AMY WINEHOUSE, DE KEERZIJDE VAN ROEM, ACTUALITEIT (DEEL 2/2, SLOT): De tragiek en eenzaamheid van de genialiteit van Vincent van Gogh en Amy Winehouse

ONDERWERPEN: KRABBÉ ZOEKT VAN GOGH/PICASSO - AMY (2015)

 

Krabbé zoekt Van Gogh en Picasso

Via uitzending gemist en televisie heb ik afgelopen maanden de mooie AVRO/TROS-series “Krabbé zoekt Van Gogh” en “Krabbé zoekt Picasso” bekeken.
In deze series vertelt acteur én kunstschilder Jeroen Krabbé boeiende anekdotes over de markante levens van Vincent van Gogh en Pablo Picasso terwijl hij de plekken bezoekt waar deze kunstenaars hebben gewoond en gewerkt.
 

De groten van alle tijden

Onvermijdelijk moest ik tijdens het kijken, denken aan mijn jeugd. Als kind had ik al een brede interesse. Of het nou ging om het heelal, wetenschap, dieren of om grootheden uit de wereldgeschiedenis, het fascineerde mij allemaal.
Over die grootheden verzamelde ik zelfs een boekenserie: “De groten van alle tijden”. Naast de grote componisten, geleerden, geestelijke leiders, veroveraars en staatslieden zaten daar uiteraard ook grote schilders bij zoals bijvoorbeeld Rembrandt, Leonardo da Vinci en Rubens.
Dat ik als jonge tekenaar graag met mijn ouders het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum of het Kröller-Müller Museum bezocht, mag dan ook geen verrassing zijn. En uiteraard rekende ik als Nederlands kunstenaartje in de dop Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh tot mijn favoriete schilders.
 

Wrang maar waar: tragiek boeit

Wellicht dat dit kleine beetje chauvinisme ook heeft meegespeeld in mijn mening dat Krabbé’s zoektocht naar Van Gogh (nog!) boeiender was dan zijn zoektocht naar Picasso. Maar eerlijk gezegd is dat niet de hoofdreden voor mijn voorkeur voor het levensverhaal van Van Gogh. Wrang maar waar komt het kort gezegd hierop neer: tragiek boeit.
Waarmee ik overigens absoluut niet wil zeggen dat het leven van Picasso tragiek ontbeerde. Met de dood van zijn jonge zusje, de zelfmoord van een goede vriend, het vroeg overlijden van zijn geliefde Eva en het breken van de vele relaties met zijn talrijke muzen (overigens meer tragisch voor de vrouwen dan voor de egocentrische Picasso die zelf de breuken veroorzaakte) had Picasso over gebrek aan tragiek bepaald niet te "klagen". En dan heb ik het nog niet eens over alle ellende na de dood van Picasso: veel geruzie en drama's rondom de verdeling van zijn erfenis, een kleinzoon en twee van zijn voormalige muzen die zelfmoord pleegden etc.
Ondanks dat ik terdege besef dat het van een enorm gebrek aan inlevingsvermogen en respect zou getuigen om de tragiek in iemands leven als mooi te omschrijven, is het wel een feit dat tragiek mij raakt en ontroert en in die hoedanigheid dus ook iets moois in zich herbergt.
Bovendien kan ik tragiek moeilijk los zien van romantiek. En ergens onder mijn soms wat cynische buitenkant zal altijd een romanticus schuilen. Wat vrij logisch is als je bedenkt dat een bekende uitspraak luidt dat cynici in feite gefrustreerde romantici zijn…
Net als dat in de mooiste liefdesfilms tragiek en romantiek vaak nauw verweven zijn, spreken levensverhalen als die van Vincent van Gogh waarin dezelfde combinatie voorkomt mij het meeste aan. Al valt er natuurlijk een hoop te discussiëren over de vraag of het leven van Vincent van Gogh nou wel zo romantisch genoemd mag worden. Waar je dan weer tegenover kunt stellen dat het leven van kunstenaars uit de negentiende eeuw die ongeacht hun moeilijke omstandigheden en problemen hun passie bleven volgen, per definitie veel romantiek bevatten. Laten we maar zeggen dat het allemaal afhangt van hoe je het begrip “romantiek” precies definieert.
 

Borderline-stoornis

In elk geval mag duidelijk zijn dat in het leven van Van Gogh veel tragiek zat. De man had een zeer gecompliceerde persoonlijkheid, die achteraf gezien veel symptomen van een borderline-stoornis vertoonde. Van Gogh had last van impulsiviteit, stemmingswisselingen, zelfdestructief gedrag, verlatingsangst, een onevenwichtig zelfbeeld en autoriteitsconflicten. Wat uiteraard leidde tot grote problemen in zijn sociale contacten en relaties.
Ondanks (of door) zijn genialiteit werd Van Gogh - in tegenstelling tot Picasso die bij leven al een stinkend rijke legende was - niet begrepen door zijn omgeving en verkocht hij gedurende zijn leven slechts één schilderij: De rode wijngaard. Het is dat zijn loyale broer Theo - die zelf kunsthandelaar was - zich altijd over hem en zijn schilderijen ontfermde want anders zou Vincent het al helemaal niet hebben gered.
Dat Vincent uiteindelijk - na nog de nodige ellende als het fameuze oor-afsnijden-incident na een ruzie met collega schilder Paul Gauguin of de opname in het psychiatrisch ziekenhuis Saint-Paul-de-Mausole - op 29 juli 1890 op 37-jarige leeftijd stierf twee dagen nadat hij zichzelf met een revolver door de borst had geschoten, is algemeen bekend.
Iets minder bekend is dat Theo een paar maanden na de dood van zijn grote broer werd opgenomen in een krankzinnigengesticht om daar een halfjaar na Vincent op 25 januari 1891 op 33-jarige leeftijd te overlijden aan waarschijnlijk syfilis. En nog minder bekend is dat het jongere broertje van Vincent en Theo, Cor van Gogh, op 14 april 1900 in Zuid-Afrika op 32-jarige leeftijd ook (vermoedelijk) door zelfmoord om het leven kwam. Het hier nog aan toevoegen dat een van Vincents zussen, Wil van Gogh, meer dan veertig jaar van haar leven zou doorbrengen in een krankzinnigengesticht lijkt haast overbodig. De tragiek druipt er van alle kanten vanaf.
 

Het is eenzaamheid

Het mooiste en meest ontroerende moment van de serie is zonder twijfel het slotfragment waarop Jeroen Krabbé wordt gevraagd wat hem het meeste heeft geraakt aan Vincent van Gogh. Hierop laat Krabbé een foto zien van een zelfportret van Van Gogh als man met een schilderij onder zijn arm. Hij vertelt dat niemand dit schilderij kent omdat het tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog is vernietigd.
“Het is eenzaamheid”, zegt Krabbé die vervolgens zichtbaar emotioneel wordt en er alles aan doet om zijn tranen te bedwingen. "En dat is het. Je bent sowieso eenzaam als schilder. Altijd." Wat mij uiteraard meteen doet afvragen of, en zo ja in hoeverre, de hier getoonde emoties van kunstschilder Jeroen Krabbé iets te maken hebben met eigen ervaringen en gevoelens van eenzaamheid.
Met moeite sluit Krabbé af met een quote van Vincent van Gogh die volgens hem de kern is: “Als ik later iets waard zou zijn dan zou ik het nu ook waard zijn. Want koren is koren, ook al denkt de stedeling aanvankelijk dat het onkruid is.”
Einde verhaal, aldus Krabbé.
Prachtig! Ook ik kreeg bij dit fragment tranen in mijn ogen omdat ik het net als Jeroen Krabbé begrijp. Het gevoel van eenzaamheid is voor mij het toppunt van tragiek en ontroering.
 

Amy Winehouse en de keerzijde van roem

Het deed me allemaal erg denken aan de tranen in mijn ogen die ik kreeg tijdens het zien van de documentaire “Amy” (2015) over het tragische leven van zangeres Amy Winehouse. Een documentaire die in mijn beleving het verhaal vertelt van een lief en naïef meisje dat gek is op zingen, maar die ten onder gaat vanaf het moment dat haar muziek immens populair wordt en ze in contact komt met allemaal foute mensen (inclusief haar eigen vader!) die alleen maar in haar zijn geïnteresseerd vanwege haar roem en geld. Een documentaire ook die als geen ander de keerzijde van roem toont.
Met geen mogelijkheid kan ik begrijpen waarom niemand uit Amy’s  directe omgeving heeft ingegrepen om haar in bescherming te nemen tegen al het kwaad om haar heen. Zeker van een ouder zou je toch mogen verwachten dat als je ziet dat je dochter met haar lieve, naïeve en goedgelovige inslag niet bestand is tegen de keiharde wereld van de muziekindustrie waarin zij zich bevindt, dat je er dan alles aan doet om haar daar onmiddellijk weg te halen.
Een dag voordat Amy op 27-jarige leeftijd definitief ten onder gaat aan haar roem en jarenlange drugs- en alcoholverslaving (zeker hier zeer begrijpelijk omdat drugs uitermate geschikt is om trachten te ontsnappen aan de o zo vervelende werkelijkheid) zegt ze iets tegen een vriend wat mij minstens zo ontroert als het citaat van Vincent van Gogh: “Als ik 'het' kon teruggeven (= het talent om te zingen zoals zij deed) en gewoon weer op straat kon lopen zonder gedoe, zou ik het zo doen.”
Voor mij is dat het toppunt van ontroering en eenzaamheid: een jonge vrouw horen zeggen dat ze haar passie zo zou inleveren om maar weer gelukkig te kunnen zijn zoals vroeger voordat ze beroemd was. Want dat is in feite wat Amy hier zei. Het zou hetzelfde zijn geweest als Vincent van Gogh zou hebben verklaard bereid te zijn om al zijn schildersspullen, oftewel zijn alles, in te leveren om maar een doodnormale en vooral gelukkige man te kunnen zijn.

De tragiek en eenzaamheid van genialiteit, dat is wat Vincent van Gogh en Amy Winehouse met elkaar verbindt.
 
Ik herken het. Nu alleen nog even iets vinden waarin ik geniaal ben...

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Tekeningen van Tonko toen hij 8/9/10 jaar was
 

maandag 27 maart 2017

279. COLUMN (JEROEN) KRABBÉ ZOEKT VAN GOGH EN PICASSO (AVRO/TROS), OPPAKKEN SCHILDEREN NA 35 JAAR?, STERREN OP HET DOEK (MAX) MET HANNEKE GROENTEMAN, OUDE SCHOOLVRIEND, VAN HOBBY BEROEP MAKEN, CREATIEF BEROEP ENIGE BEROEP WAARIN JE UNIEK BENT EN NIET COMPLEET VERVANGBAAR, ACTUALITEIT EN PRIVÉ (DEEL 1/2, DEEL 2 VOLGT HIERNA): Met mijn ietwat eigenzinnige en afwijkende persoonlijkheid zou een creatief en eenzaam beroep het best bij mij passen

ONDERWERPEN: KRABBÉ ZOEKT VAN GOGH EN PICASSO - SCHILDEREN

 

Beste tekenaar van de klas

Met dank aan Jeroen Krabbé en zijn prachtige series “Krabbé zoekt Van Gogh/Picasso” zit ik er voorzichtig aan te denken om komend jaar iets op te gaan pakken wat ik in geen 35 jaar meer heb gedaan: tekenen en schilderen.
Vroeger als kind was ik een goede tekenaar en kreeg ik veel complimenten. Ooit won ik een kindertekenwedstrijd in het Singer Museum in Laren en kreeg ik als prijs het boek “Sjakie en de Chocoladefabriek” van Roald Dahl, wat een van mijn favoriete kinderboeken zou worden.
Op mijn basisschool in het Gooi stond ik bekend als de beste tekenaar van de klas. Als de leraar jarig was en er moest iets op het schoolbord worden getekend, riep men tegen mij dat ik dat moest doen. Een vriend van me kon ook goed tekenen. Waar ik vooral portretten maakte en bekende werken van bijvoorbeeld Rembrandt en Van Gogh natekende, tekende hij vooral paarden en andere dieren.
Na de basisschool werd tijdens mijn puberteit tennis echter mijn grote passie en stopte ik met tekenen en schilderen, tot op de dag van vandaag. 
 

Sterren op het doek met Hanneke Groenteman

Jaren geleden belde mijn zus me op een avond op dat ik de televisie moest aanzetten. Het ging om het programma “Sterren op het doek” (MAX) waarin presentatrice Hanneke Groenteman bekende Nederlanders interviewde terwijl zij poseerden voor drie kunstenaars. Als de schilderijen af waren, mocht de BN’er (Frans Bauer in deze uitzending) er eentje uitkiezen om zelf te houden. De andere twee schilderijen werden dan verkocht voor een goed doel.
Mijn schoolvriend bleek in deze uitzending een van de drie kunstenaars te zijn en wat het verhaal nog mooier maakt, is dat zijn schilderij inmiddels thuis bij Frans Bauer aan de muur hangt. Frans had hem als “winnaar” uitgekozen.
 

Ik ga het anders doen

Op internet kon ik achterhalen dat die vriend oorspronkelijk aan een ander soort carrière was begonnen. Een carrière die je van een nette Gooische knul wel mag verwachten met eerst een dure opleiding op een internationale businessschool en daarna een hoge functie als financieel adviseur.
Zeker achteraf verbaast het mij overigens hoe ik destijds als vreemde eend in de bijt toch gewoon een leuke basisschooltijd heb kunnen hebben. Waar de meeste van mijn vrienden gerust konden worden bestempeld als enorme “kakkers” was ik op veel punten anders: waar zij op hockey zaten, zat ik in die tijd op voetbal; waar zij elk jaar op wintersport gingen, had ik nog nooit geskied; waar zij kortgeknipt waren, had ik vrij lang haar en waar hun ouders VVD stemden, kozen mijn ouders voor het “linkse” D66.
Kennelijk bereikte mijn schoolvriend tijdens zijn eerste carrière op een dag een punt waarop hij dacht van hier word ik niet gelukkig van, ik ga het anders doen. Voor dit soort beslissingen, waarbij men meer luistert naar het eigen gevoel dan naar bijvoorbeeld de directe omgeving die andere verwachtingen van/voor jou heeft, kan ik altijd veel respect opbrengen.
Mede daarom liet ik op de sociale media ergens een bericht voor mijn jeugdvriend achter waarin ik hem liet weten het mooi te vinden om te horen dat hij van zijn hobby zijn beroep had gemaakt en dat ik hem daarin best wel een beetje benijdde. Een bericht waarop ik overigens helaas nooit antwoord kreeg. 
 

Van zijn hobby zijn beroep maken

Ja, ik benijd een ieder die erin is geslaagd van zijn hobby zijn beroep te maken. Al besef ik daarbij heel goed dat als een hobby eenmaal werk wordt alles verandert en het in de praktijk lang niet zo romantisch blijkt te zijn als dat je van tevoren had gehoopt.
Voor iemand die enigszins met schaamte moet bekennen dat hij om uiteenlopende redenen in zijn werk nooit gelukkig is geweest (zie ook Label: Privé Tonko achtluik), is dit benijden natuurlijk niet zo vreemd. Als ik de keus opnieuw zou mogen maken, was ik als jonge knul nooit met tekenen gestopt. Simpelweg omdat daar waar ik van tennis toch nooit mijn beroep had kunnen maken dat voor tekenen en schilderen wellicht - zie mijn schoolvriend - een ander verhaal was geweest. 
 

Echt uniek en niet compleet vervangbaar

Bovendien heeft het even geduurd, maar heb ik de afgelopen tien jaar zoveel zelfkennis opgedaan dat ik inmiddels weet dat met mijn ietwat (?) eigenzinnige en afwijkende persoonlijkheid een creatief - én eenzaam - beroep als bijvoorbeeld schrijver of schilder het best bij mij zou passen. Waarbij ik zelf, in het meest gunstige geval, zoveel mogelijk in mijn eentje kan bepalen wat ik wil maken.
Al realiseer ik me hierbij maar al te goed dat zo’n scenario op dit moment niet erg waarschijnlijk meer is. Maar dromen van een betaalde functie als columnist zal ik voorlopig wel stiekem blijven doen. De hoop op een dag "ontdekt te worden" is ook mij niet vreemd.
Voor mij is een puur creatief beroep ook het enige beroep ter wereld waarin je echt uniek bent en niet compleet vervangbaar zoals bij vrijwel alle overige beroepen wel het geval is (en waarbij in vrijwel alle gevallen de kans groot is dat ik me eerder vroeg dan laat enorm zou gaan vervelen, want ik raak snel uitgekeken en zeker op saai werk).
Het maakt mij denk ik mens dat ook ik de behoefte voel om uniek te willen zijn. Of moet ik zeggen: om niet te worden vergeten. Je kunt er tenslotte lang of kort over praten, maar ik ben ervan overtuigd dat achter dit soort behoeftes - net als bij religie - uiteindelijk gewoon de angst voor de dood schuilgaat. Maar dat is een andere (overigens zeer boeiende) filosofische discussie.  
 
Deel 2 volgt hierna.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

Tekeningen van Tonko toen hij 8/9/10 jaar was



 

vrijdag 10 maart 2017

278. COLUMN VERKIEZINGEN TWEEDE KAMER 15 MAART 2015, DE ZWEVENDE KIEZER, DE O ZO BEKENDE POLITIEKE TRUC, DEMOCRATIE MINST KWADE STAATSVORM, LINKSE LIJSTTREKKERS, LODEWIJK ASSCHER, EMILE ROEMER, JESSE KLAVER, MARIANNE THIEME, EX-KAMERLID SP SHARON GESTHUIZEN, ACTUALITEIT: De keerzijde van democratie

ONDERWERP: VERKIEZINGEN 15 MAART 2017

 

De zwevende kiezer

Woensdag zijn de verkiezingen en ga ik stemmen. Maar waarop? Inderdaad, ook ik weet het nog niet. Maakt mij dat dan een van de vele zwevende kiezers? Een interessante vraag want wat is nu eigenlijk een “zwevende kiezer”?
Op Wikipedia vind ik de volgende definitie:
Een zwevende kiezer is een persoon die niet verbonden is met een politieke partij of politicus of iemand die ook bereid is op andere partijen te stemmen tijdens een verkiezing dan de partij waar hij/zij mee is verbonden.”
Zo bekeken vraag ik me eerlijk gezegd af hoeveel procent van de Nederlandse kiezers níet behoort tot de groep zwevende kiezers. Dat percentage zal niet zo hoog zijn vermoed ik en in elk geval zal het aantal jaarlijks behoorlijk afnemen. De tijd dat een meerderheid van de kiezers zich jaar in jaar uit, soms decennia lang, verbond aan één partij ligt inmiddels redelijk ver achter ons. 
 

Het toppunt van zweven

Je hebt zwevende kiezers en zwevende kiezers denk ik zelf. Met de een kan ik me prima identificeren en met de ander heb ik helemaal niets.
Wat moet ik bijvoorbeeld denken van die mensen die het ene moment PvdA of GroenLinks stemmen en een verkiezing later weer opeens voor de VVD of de PVV gaan? Of van die kiezers die tijdens hun leven op ongeveer alle partijen hebben gestemd die er zijn? Dat vind ik het toppunt van zweven, met beide beentjes wel heel ver boven de grond. Ga dan niet stemmen denk ik dan. In mijn ogen begrijp je dan helemaal niets van politiek.

Zo had ik ook moeite met voormalig politica Ayaan Hirsi Ali die ooit overstapte van de PvdA naar de VVD. Hoe je in godsnaam kunt overspringen tussen twee partijen die in essentie zo enorm van elkaar verschillen, is mij een raadsel. 
In dit licht gezien zou ik me dan ook best beledigd voelen als iemand mij een zwevende kiezer zou noemen. Bij dit soort zwevende kiezers zie ik dan toch vooral mensen voor me die om wat voor reden dan ook (zelf) kennis en inzicht missen om een goed oordeel te kunnen vellen over welke politieke richting echt bij hun past.
 

De o zo bekende politieke truc

Zelf bezit ik gelukkig wel over genoeg (zelf) kennis en inzicht om te weten waar mijn politieke voorkeur zit. Als ik al “zweef” dan doe ik dat mijn gehele volwassen leven in elk geval steeds in dezelfde hoek. De linkse hoek dan wel te verstaan, want ik behoor niet tot die groep mensen die zich nooit hardop wenst uit te spreken over hun politieke voorkeur. Mensen die ik overigens nooit zal begrijpen. Ik houd van mensen die ergens voor staan, die uitgesproken meningen hebben waar ze trots op zijn in plaats van dat ze zich ervoor schamen.
Als je kijkt naar essentiële keuzes in de politiek tussen - enerzijds - meer denken aan: jezelf en je soortgenoten, je geld en je auto en je overige materiële bezittingen, de economie en vechten voor het recht van de sterkste en - anderzijds - meer denken aan: (jezelf én) anderen zoals minderbedeelden en vluchtelingen, het milieu en het klimaat en het vechten voor een sociale, eerlijke en rechtvaardige samenleving met sterke én minder sterke medemensen, dan begrijp ik heel goed waarom ik in de politiek (daarbuiten overigens ook) links ben.
Ook heb ik gelukkig teveel besef en kennis op historisch gebied om niet in de o zo bekende politieke truc te trappen waarbij je een groep vreemden eruit pikt die je vervolgens van alle problemen in het land de schuld geeft. Deze op xenofobie ("obsessieve angst voor vreemden") gebaseerde truc om een angstaanjagende wij-die-deugen-tegenover-zij-die-niet-deugen-sfeer te creëren is ontzettend simpel maar werkt gek genoeg nog steeds als een tierelier. Tja, wat de Nederlandse boer niet kent, dat eet hij niet zullen we maar zeggen.
 

Mijn lot in handen leggen van onwetende mensen

Mijn zoon van achttien mag straks voor het eerst stemmen en ik zal erop toezien dat hij dat ook echt gaat doen, omdat ik vind dat het je plicht als Nederlander is om in onze mooie democratie je stem uit te brengen. Zoals ik ooit al eens eerder schreef, beschouw ik niet-stemmen als respectloos richting alle mensen op deze wereld die geen stemrecht hebben en die er een moord voor zouden doen om te leven in een democratie zoals de onze.
Toch besef ik dat er een keerzijde zit aan mijn voorkeur voor democratie. Reden waarom ik democratie beter kan bestempelen als de minst kwade staatsvorm die er is. Mijn jongste zoon verwoordde deze keerzijde onlangs mooi door zich hardop af te vragen waarom het met stemmen niet zo werkt dat voordat je je stem mag uitbrengen je eerst een vragenlijst moet invullen ter controle of je wel genoeg kennis over de materie hebt om een verantwoorde stem te kunnen uitbrengen.
Precies om deze reden ben ik het oneens met de eerste stelling van de Stemwijzer 2017: “Er moet een bindend referendum komen waarmee burgers door het parlement aangenomen wetten kunnen tegenhouden.”
Voor mij moet een goedlopende democratie zo werken dat je als burger stemt op iemand waarvan je mag verwachten dat hij/zij als professioneel politicus meer kennis van politiek heeft dan jij. Dat moet dus iemand zijn die dermate goed aansluit op  jouw normen en waarden dat je hem/haar capabel genoeg acht om jou in het parlement te kunnen vertegenwoordigen (het heet ook niet voor niets een volksvertegenwoordiging).   
Noem mij gerust cynisch, maar ik vrees dat er onder de kiezers best veel mensen zitten die niet in staat zijn om hun uitgebrachte stem met goede argumenten te onderbouwen. Dan praat ik dus over mensen die niet stemmen op basis van kennis over standpunten van partijen en rationele overwegingen, maar die dat meer doen op basis van bijvoorbeeld (onderbuik) gevoelens bij een bepaalde lijsttrekker of omdat die ene oneliner wel goed klonk of omdat het volgens de peilingen of de partner of de overbuurman een goede partij moet zijn enz.
Als er straks belangrijke politieke beslissingen moeten worden genomen, wens ik dan ook niet via een referendum mijn lot in handen te leggen van dit soort onwetende mensen. Mensen mogen van mij gerust een andere politieke voorkeur hebben dan ik (liever niet natuurlijk), maar dan wel op basis van goed onderbouwde argumenten.
Daarom geef ik tien keer liever mijn vertrouwen aan politici waarvan je in elk geval mag verwachten dat zij zich goed in het betreffende onderwerp hebben verdiept. Ook al besef ik maar al te goed dat er ook in ons land genoeg oneerlijke, onbetrouwbare, onwetende politici bestaan (het zijn net mensen) dan nog heb ik genoeg vertrouwen in de werking van onze, zeer stabiele, democratie. Zo geloof ik er nog steeds heilig in dat de diverse uiteenlopende politieke krachten in ons land elkaar zo in evenwicht houden dat het uiteindelijk altijd leidt tot vrij redelijke en verstandige (en geen extreme) beslissingen.

Een mooie positieve constatering om mee af te sluiten!
 

De indruk van linkse lijsttrekkers

Nu wel nog even een keus maken voor woensdag. Uiteraard op basis van mijn kennis over en voorkeuren voor de standpunten van de partijen, al is het ook voor mij lastig om daarbij niet stiekem te kijken naar de indruk die de (linkse) lijststrekkers achterlaten.

Lodewijk Asscher?
Stabiel, maar saai met weinig uitstraling en dus ook met weinig overtuiging.


Emile Roemer?
Die loopt de hele tijd me zo’n (nep) lach op zijn gezicht rond dat ik vermoed dat zijn spindoctors hem hebben opgedragen dat vooral zo te blijven doen omdat het zo positief (?) overkomt. Sorry, maar bij mij wekt het net als bij premier Mark Rutte alleen maar irritatie op.

Jesse Klaver dan, de nieuwe linkse ster?
In het begin vond ik hem nog wel OK maar inmiddels zie ik in hem een soort van mislukte imitatie van een gladde Amerikaanse politicus pur sang. In de wijze waarop hij zich naar de buitenwereld presenteert, is werkelijk niets aan het toeval overgelaten.
Over alles bij Jesse Klaver is uitvoerig nagedacht: over zijn witte overhemd met opgestroopte mouwtjes, over zijn van Obama (ja, alsof die het allemaal zelf heeft verzonnen…) gejatte uitspraken en slogans (Het Kan Wel/Yes We Can, met dank aan het filmpje van “Zondag met Lubach”), over zijn overdreven optimistische en ambitieuze uitspraken over het willen worden van premier en het streven naar een kabinet met voor de helft vrouwelijke ministers (ik ben tegen discriminatie en dus ook tegen de "positieve" variant), over zijn groots opgezette verkiezingsshows enz.
Blijkbaar is en blijft het voor een politicus bijzonder moeilijk (zie ook column 27) om zelf met iets nieuws en origineels te komen dat echt eigen en authentiek is. Misschien moeten we hieruit de voorzichtige conclusie trekken dat politici gewoon niet zulke creatieve mensen zijn?
Wat nog wel voor Klaver spreekt, is dat hij niet onder stoelen of banken steekt dat hij door Obama en de Verenigde Staten is geïnspireerd en dat hij erkent dat hij ook heel bewust voor deze ambitieuze aanpak heeft gekozen. Wat zijn goed recht is (zeker na de slechte resultaten van GroenLinks in de afgelopen jaren) en in feite kun je het hem ook niet kwalijk nemen, want laten we eerlijk zijn: het werkt.
Om in de politiek succesvol te zijn, moet je nu eenmaal goed (politieke) spelletjes en toneelstukjes kunnen spelen. Wat overigens precies de reden is waarom ik nooit in de politiek zou passen want dat kan en wil ik vooral niet.
 
En hoe zit het met de (gelovige!) Marianne Thieme? Is zij dan wellicht de meest authentieke linkse lijsttrekker?

Ik weet het niet.
 

Sharon Gesthuizen

Voor mij was overigens Sharon Gesthuizen van de SP de meest integere en idealistische politicus van de afgelopen jaren. Maar dat komt omdat ik haar jaren geleden persoonlijk kort heb gekend in mijn werk en zij een hele positieve en bevlogen indruk maakte.
Helaas is zij echter inmiddels gestopt als kamerlid. Ondanks dat Sharon dit soort speculaties in de media volgens mij ontkent, vraag ik me af of zij wellicht te eerlijk, integer en idealistisch voor de politiek was.
Het zou mij niet verbazen...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 


dinsdag 28 februari 2017

277. COLUMN CONFLICT ISRAËL - PALESTINA, VEROORDELING ISRAËLISCHE SOLDAAT ELOR AZARIA, EXECUTIE PALESTIJNSE TERRORIST, GENETISCHE OVEREENKOMST JODEN, PALESTIJNEN EN ARABISCHE BEDOEÏENEN, DRUZEN EN ISRAËLIERS, LEES EN GIJ ZULT LEZEN WAT U WILT LEZEN, LANG LEVE DE VRIJE INTERPRETATIE, ACTUALITEIT: Wraak is niet de weg naar vrede en zal dat ook nooit zijn

ONDERWERPEN: CONFLICT ISRAËL - PALESTINA

 

Elor Azaria

Over het lot van de Israëlische soldaat Elor Azaria was van de week dan eindelijk de kogel door de kerk, al is dat hier wellicht een nogal ongelukkige uitdrukking om te gebruiken. Van de rechtbank kreeg Azaria een celstraf van achttien maanden opgelegd (een relatief lichte straf bij een eis van drie tot vijf jaar cel) voor het executeren van een gewonde Palestijnse soldaat. De zaak veroorzaakte veel ophef. Begin dit jaar deed de Israëlische premier Netanyahu op Facebook nog een oproep om Azaria gratie te verlenen.
Voor wie dit incident niets zegt: in maart 2016 werd in Hebron door Israëlische militairen een Palestijn gevangen genomen nadat deze met een mes had ingestoken op een Israëlische soldaat die hierbij lichtgewond raakte. Toen de Palestijnse gevangene zwaargewond en bewegingloos op zijn rug op straat lag, besloot Azaria de man van een afstand een kogel door het hoofd te schieten. Het incident werd toevallig gefilmd door een mensenrechtenorganisatie en ging de hele wereld over.
 

De beste Palestijnse terrorist is een dode terrorist

Een minderheid in Israël maakt zich zorgen over dit soort executies en vindt het aldus terecht dat Azaria voor zijn daad een gepaste straf krijgt. Maar een grote meerderheid van de Israëliërs vindt Azaria juist een held vanuit de gedachtegang dat de beste Palestijnse terrorist een dode terrorist is.
Niet eerder schreef ik een column over het Israël-Palestina conflict en het eeuwenlange spanningsveld tussen de aldaar levende christenen, joden, moslims en Palestijnen, dus wordt het wel eens de hoogste tijd. Wel schreef ik ooit op een zelfgemaakte Kerstkaart de utopische wens uit dat er op een dag een nieuw land zou ontstaan in het Midden-Oosten: Pais (samenvoeging van PA-lestina en IS-raël).     
Laat ik om te beginnen alle betrokken partijen teleurstellen door duidelijk te maken dat ik in dit conflict geen enkele kant kies. Ik ben noch voor de Israëliërs (veelal joden), noch voor de Palestijnen (veelal moslims), noch voor de christenen en noch voor de overige moslims.
Mijn mening is vrij simpel: zo lang als de wraakzuchtige mentaliteit van premier Netanyahu de overheersende mentaliteit zal blijven onder de betrokken partijen en hun leiders daar - waarbij men het dus de normaalste zaak van de wereld vindt om gevangen genomen vijanden ter plekke te executeren - zo lang zal vrede (laat staan de totstandkoming van het land Pais) een illusie zijn. 
De enige hoop op vrede in deze regio is dat er op een dag zowel in Israël als in Palestina als in omringende islamitische landen wijze leiders opstaan die handelen vanuit hun verstand in plaats van vanuit hun emotie en die op deze wijze tot het besef komen dat wraak niet de weg naar vrede is en dat ook nooit zal zijn. Vervolgens zal het voor deze wijze leiders de kunst zijn om deze boodschap overtuigend met elkaar uit te spreken en over te brengen op de meerderheid van hun achterban.
 

Joden en Palestijnen zijn genetisch nauw verwant aan elkaar

Eerlijk gezegd interesseert het mij persoonlijk ook helemaal niet wie in die regio recht denkt te hebben op welk gebied dan ook of wie daar denkt te weten wie gelijk heeft en wie niet en wie verantwoordelijk is voor de meeste doden etc.
Zoals voor wel meer van dit soort eeuwigdurende, zeer gecompliceerde conflicten geldt, valt ook in dit geval niet meer te achterhalen waar en wanneer het precies is misgegaan en wat er toen feitelijk is gebeurd. En wat dit alles helemaal tot een “mission impossible” maakt, is natuurlijk het gegeven dat we hier te maken hebben met een zeer grote groep gelovigen die hun “kennis” en theorieën haalt uit eeuwenoude heilige boeken. Boeken die wetenschappelijk en historisch gezien weinig betekenis hebben als het gaat om het achterhalen van feiten en waarheid.   
Pikant detail is dat er de laatste jaren steeds meer wetenschappelijke onderzoeken verschijnen die aantonen dat de aartsvijanden Joden en Palestijnen (tezamen met de Arabische Bedoeïenen, Druzen en Israëliërs) genetisch gezien nauw verwant aan elkaar zijn.
Dat dit soort onderzoeken gevoelig liggen, lijkt mij een understatement van jewelste. Het idee dat Joden en Palestijnen afstammen van dezelfde families uit het toenmalige Kanaän is voor beide groepen een gruwelscenario.
Interessant is de vraag wat voor gevolgen het voor vredesoverleg in de nabije toekomst zou hebben als zou blijken dat bijvoorbeeld premier Netanyahu en Mahmoud Abbas, president van de Palestijnse gebieden, gewoon dezelfde voorouders hebben. Al moet het voor beide groepen natuurlijk nou ook weer niet als een enorme schok overkomen als blijkt dat niet alleen zij maar eigenlijk gewoon alle mensen van elkaar afstammen en dus in feite één grote familie vormen. Grappig genoeg is dat iets waar de meeste (monotheïstische) gelovigen en (wetenschappelijke) atheïsten het wél met elkaar over eens zullen zijn. Alleen over de rol van Adam en Eva/Hawwa in dit geheel zullen de meningen “nogal” verdeeld zijn.    
 

Leest en gij zult lezen wat u wilt lezen

Nee, helaas heb ik weinig vertrouwen in de komst van een oplossing voor het eeuwigdurende conflict tussen de Joden en Palestijnen. En dit heeft vooral  te maken met een variant op een uitspraak die Albert Einstein ooit deed: Twee dingen zijn oneindig: het universum en menselijke domheid. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker.”
Waarbij ik aan de oneindigheid van de menselijke domheid dan nog zou willen toevoegen: “… en het onvermogen van de mens tot: het geven van zelfkritiek en het in het algemeen belang opzij zetten van het ego, (negatieve) emoties, koppigheid en wraakgevoelens.”

Wraakgevoelens die ik kijkend naar bepaalde passages uit het Oude Testament van de Bijbel en uit de Koran overigens best kan plaatsen. Want dat is en blijft het prachtige aan al die heilige boeken: zoekt (leest) en gij zult vinden (lezen) wat u wilt vinden (lezen).
 
Lang leve de vrije interpretatie!
 
“En wanneer iemand zijn volksgenoot lichamelijk letsel toebrengt, dan zal hem evenzo gedaan worden als hij gedaan heeft: breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; hetzelfde letsel, dat hij een mens heeft toegebracht, zal hem toegebracht worden.” (Bijbel, Leviticus 24: 19-20)
Wij hebben hun daarin voorgeschreven: leven om leven, oog om oog, neus om neus, oor om oor en tand om tand; ook voor verwondingen is er vergelding.” (Koran, Soera 5 Al-Ma-idah - De Tafel, 5:45)


Leven in een wereld met zoveel (gelovige) mensen - of om in de woorden van Hans Teeuwen te praten: sukkels (zie column 125) -  die keer op keer op keer, wraak na wraak na wraak het simpele analytische vermogen missen om tot de conclusie te komen dat het allemaal nergens toe leidt; mijn God, dat valt niet mee. Of moet ik ze maar vergeven, omdat ze niet weten wat ze doen?
  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 

zaterdag 18 februari 2017

276. COLUMN NERD, SLIM, GEVOELIG, KWETSBAAR, SLECHT IN SPORT VERSUS MIDDELMATIG, KEIHARD EN EMPATHIELOOS, POPULAIR, ATLEET EN PESTKOP, ACTUALITEIT: Een alternatieve feitenanekdote

ONDERWERP: EEN ALTERNATIEVE FEITENANEKDOTE

 

Zo'n typische nerd

Onlangs raakte ik in gesprek met een zeventigjarige Amerikaanse man, die als familielid van mijn ex-schoonmoeder even op bezoek was in Nederland.
Op een gegeven moment vertelde hij me over hoe hij op de basisschool enorm was gepest. Hij zat op een privéschool in Forest Hills in Queens en had de pech dat hij zo’n typische nerd was: gevoelig en kwetsbaar, brilletje en iets te dik, slecht in sport en “last but not least” natuurlijk uitermate slim met de allerbeste cijfers van de klas.
Wat de pestkoppen betreft stak er één enorm verwende, "populaire" knul letterlijk en figuurlijk boven de rest uit. Uiteraard was deze keiharde, empathieloze “bully” zelf een zeer matige leerling maar blonk hij als een ware atleet wel weer uit in sport.
Behalve dat deze pestkop zich regelmatig heel aanstellerig uitsloofde voor de knappe meisjes door ze aan hun staarten te trekken en seksistische opmerkingen naar hun hoofd te slingeren, liet hij geen gelegenheid onbenut om het leven van de nerd zo zuur mogelijk te maken. Waar hij maar kon, vernederde hij de arme jongen: hij schold hem voor van alles en nog wat uit, hij sloeg en schopte hem, hij duwde zijn hoofd onder water in de toiletpot, hij pakte zijn lunch af, hij dwong hem om zijn huiswerk voor hem te maken enz. Afijn, you get the picture.
 

Terug naar zijn stinkend riool

Ook de vriend van de nerd, een jongen van Indiase afkomst, moest het ontgelden. De bully maakte continu racistische opmerkingen en liet hem keer op keer weten dat hij hier in Amerika niets te zoeken had en dat hij terug moest naar zijn stinkend riool in India waar hij thuishoorde. Ja, kleineren kon je wel aan de pestkop overlaten; je wordt tenslotte niet voor niets de masterbully van de school.
Voor het geval ze het vergaten, werd de nerds voortdurend ingeprent wat zij waren: dom, dik, lelijk en lui met een kans van nul komma nul op een toekomst van enige betekenis. En mochten de nerds in een vlaag van verstandsverbijstering het lef tonen om in elk geval in protest te gaan tegen de bewering dat zij dom zouden zijn door te verwijzen naar hun aanzienlijk hogere cijfers dan de pestkop, dan maakte deze hen onmiddellijk op niet te misverstane wijze duidelijk dat hij altijd gelijk had en zij eenvoudigweg te dom en te inferieur waren om dat in te zien of te oneerlijk om dat toe te geven. Niet zij, maar hij haalde de hoogste cijfers van de school. Punt. Einde discussie.
 

Blauw oog

Enige geruststelling voor de nerds was dat de bully niet alleen van hen geen enkele vorm van kritiek duldde. Ook naar de autoriteiten op school droeg de pestkop continu de overtuiging uit dat hij superieur was en altijd gelijk had en zij - de rest - niet. Regels en autoriteit weigerde hij eenvoudigweg te accepteren. Overbodig te zeggen dat de jongen op deze wijze zijn eigen graf groef. Daar hielp zelfs geen vadertje lief aan (zijn vader zat in de raad van het schoolbestuur).
Nadat zoonlief op een dag de muziekleraar een blauw oog had geslagen omdat die naar zijn mening geen verstand had van muziek (en hij uiteraard wel), was het de vader duidelijk geworden dat de onhandelbare knul wat discipline moest worden bijgebracht. Tot opluchting van de nerds en menig andere leerling en leraar werd de bully van school gehaald en overgebracht naar de Militaire Academie van New York. Hierna braken voor de nerd en zijn vriend van Indiase afkomst (en de rest van de school) betere tijden aan.

 
“Goh, wat een verhaal. Enig idee wat er van die bully verder terecht is gekomen?”

“Jawel”, antwoordde de man. “Hij schijnt nu de president van ons land te zijn...”
 
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 
 

zaterdag 4 februari 2017

275. COLUMN KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE, SUPERCOMPUTER WINT NU OOK MET POKEREN VAN MENS, EENVANDAAG (AVRO/TROS), SCHAAKCOMPUTERS, LOGICA, ADVOCAAT PETER PLASMAN, COMPUTERS IN RECHTSPRAAK, ACTUALITEIT: (Alleen) Een computer kan volledig objectief en rationeel beslissingen nemen die rechtvaardig zijn

ONDERWERPEN: PC WINT MET POKER - KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE

 

Supercomputer wint met poker van mens

Dat de kunstmatige intelligentie de mens aan alle kanten aan het voorbijstreven is, moge duidelijk zijn. Voor wie in deze “strijd” voor de mens is, rest de geruststellende gedachte dat er zonder de mens natuurlijk helemaal geen kunstmatige intelligentie zou zijn geweest. De mens is en blijft de mens achter de kunstmatige intelligentie.
Bij “EenVandaag” (AVRO/TROS) ging het afgelopen donderdag over het nieuws dat nu ook met pokeren een supercomputer, de Libratus, van de mens (vier toppokeraars) heeft gewonnen. Wat overigens wel te verwachten was nadat schaakcomputer Deep Blue 2 al in 1996 de toenmalige Russische wereldkampioen schaken Gary Kasparov in een match over zes partijen met 3 ½ - 2 ½ versloeg en in maart 2016 computer AlphaGo in een match over vijf partijen met 4-1 te sterk bleek voor de wereldkampioen in het bekende bordspel Go, de Zuid-Koreaan Lee Sedol.
 

Opkomst schaakcomputers

Ik kan me nog herinneren dat ik ergens in de jaren tachtig tijdens de opkomst van de schaakcomputers me al verbaasde over diverse topschakers die er toen van overtuigd waren dat computers nooit van de sterkste schakers zouden gaan winnen omdat zij daarvoor te voorspelbaar waren en de mens te creatief.
Ondanks dat ik geen topschaker was en ben, wist ik toen ook al dat de meeste schaakpartijen - vaak ook al lang voordat het gecompliceerde eindspel is bereikt - verloren gaan door min of meer stomme, voorkoombare fouten van de verliezende schaker. Menselijke fouten die door een goede schaakcomputer voorkomen kunnen worden door alle beschikbare data in zijn geheugen.
Zeker in die tijd (inmiddels is dat al een ander verhaal) zou een computer bij een eindspel nog wel in het nadeel zijn geweest omdat dan minder voorspelbare stellingen op het bord verschijnen en er meer gevraagd wordt van de creativiteit en het improvisatievermogen van de schaker.
 

De logica

In “EenVandaag” werd over het nieuws van de pokercomputer Libratus gesproken met advocaat en fanatiek pokeraar Peter Plasman. Plasman was niet verrast maar ook niet blij met deze ontwikkeling want “je haalt het leven uit het pokerspel”.
Wetenschapsjournalist Bennie Mols vertelt in het programma dat het bij kunstmatige intelligentie om een ander soort intelligentie gaat dan bij de mens. Bij de kunstmatige intelligentie draait het volledig om de logica, terwijl bij de mens veel meer factoren een rol spelen. Mols noemt daarbij als voorbeeld onze wil om ons soort in stand te houden, maar naast deze overlevingsdrang neem ik aan dat hij ook doelt op de menselijke gevoelens en emoties die in alles wat wij doen en zijn (en dus ook bij onze intelligentie) een belangrijke rol spelen.
Zo wees onderzoek ooit uit dat mensen die door een hersenbeschadiging geen emoties meer bezaten - en die aldus volledig waren toegewezen op hun rationaliteit - geen beslissingen meer konden nemen. Conclusie: om tot beslissingen te komen, heeft de mens naast zijn rationaliteit ook gewoon zijn emoties nodig.
Daar waar de wereldberoemde natuurkundige Stephen Hawking ons waarschuwt voor het scenario waarin kunstmatige intelligentie de mens op een dag overbodig maakt, vindt Mols kunstmatige intelligentie vooralsnog meer een zegen dan een vloek. “Kunstmatige intelligentie gaat ons meer mens maken”, aldus een optimistische Mols.   
 

Computers in rechtspraak

Echt interessant vind ik het pas worden als aan het eind van het item de mogelijkheid ter sprake komt om in de toekomst ook in de rechtspraak computers het werk te laten doen in plaats van de mens (juristen in dit geval dus). In zo’n geval voer je bij een rechtszaak alle mogelijke kennis en variabelen in de computer in waarna deze komt met een rechtvaardige uitspraak. Plasman gruwelt van dit toekomstscenario: “in mijn vak moet dat heel ver weg blijven”.
Ik begrijp dat je dat als advocaat vindt en zegt, al is het alleen maar omdat je niet wilt dat je plek wordt ingenomen door een computer die jouw werk bovendien nog beter doet ook, maar ik ben het in elk geval absoluut niet eens met Plasman. Wat overigens niet de eerste keer is dat ik het niet eens ben met een bekende advocaat uit ons land (zie al mijn columns over dit onderwerp, bij labels "Advocaten", "Rechtspraak", etc.).
 

In het belang van de waarheidsvinding

Er zijn in de rechtspraak in Nederland en zeker wereldwijd natuurlijk legio, zeg maar gerust ontelbare uitspraken van rechters - mede op basis van alle geleverde info van de openbare aanklagers en advocaten - die je met alle wil van de wereld niet rechtvaardig kunt noemen. Voor deze onrechtvaardige gang van zaken is natuurlijk maar één factor verantwoordelijk: de mens.
In een Utopie zouden rechters, openbaar aanklagers en advocaten mensen zijn die allen met elkaar slechts één doel voor ogen hebben: rechtvaardigheid. Anders gezegd: mensen die iets strafbaars hebben gedaan moeten via de rechtspraak op basis van waarheidsvinding een straf krijgen die passend is bij het gepleegde misdrijf.
Om dit te bereiken zal er in het belang van de waarheidsvinding heel objectief en rationeel naar de feiten moeten worden gekeken. Door alle menselijke (subjectieve) gevoelens, emoties en achterliggende (veelal egocentrische en egoïstische) motieven is dat bij de mens echter een illusie. Of men het wil of niet en of men het nou beweert te kunnen of niet, kan de mens deze factoren eenvoudigweg niet uitschakelen. Al is hierop nog wel één uitzondering: de al eerder genoemde hersenbeschadiging kan deze factoren wél elimineren. Maar dat heeft dan weer als nadeel dat de getroffen mens vervolgens geen beslissing meer kan nemen en dan heb je er dus nog niets aan.
Een computer heeft van dit alles echter geen last en kan volledig objectief en rationeel en zonder welke vorm van ruis dan ook (het ego, emoties en gevoelens) een beslissing nemen die altijd het meest rechtvaardig zal zijn.
 

De O.J. Simpson-case

Als je een computer de beruchte O.J. Simpson-case had laten behandelen, had mijnheer Simpson het kunnen schudden.
Dan was de zaak niet uitgelopen op een totaal irrelevante discussie over racisme. Dan was er geen sprake geweest van een emotionele “Paybacktime” mentaliteit vanuit de hoek van de advocaten en de bijna geheel zwarte jury. Een mentaliteit die voortkwam uit de (o zo foute maar ook wel begrijpelijke) behoefte van de zwarte bevolking om O.J. Simpson vrij te krijgen als wraak voor al die onschuldige dan wel onrechtvaardig lang vastgezette donkere medemensen in hun land. Donkere mensen die overigens als het aan de computer had gelegen nooit zouden zijn veroordeeld (indien onschuldig) of minder zwaar zouden zijn gestraft (indien onrechtvaardig lang vastgezet).
De computer had bij de O.J. Simpson-zaak gewoon simpel, objectief en rationeel, naar de feiten gekeken en was er binnen no-time uit geweest: guilty (as hell), next case!
 

Eén kleine zwakte in betoog

Uiteraard ben ik me er terdege van bewust dat mijn betoog één “kleine” zwakte heeft. Mits de computer alle relevante kennis en variabelen krijgt ingevoerd (en hij niet stuk is), heb ik honderd keer meer vertrouwen in het eindoordeel van een computer dan in die van al die menselijke juristen.
Maar precies in het woordje "mits" zit het probleem. Alles in dit proces valt of staat met een factor waarin ik iets minder vertrouwen heb. Jawel, daar hebben we hem weer: de mens. De mens zal tenslotte bepalen welke kennis en variabelen in de computer worden ingevoerd en op deze wijze zal hij altijd invloed kunnen uitoefenen op het proces en eindoordeel. 
 
Om deze reden zal óók een wereld waarin straks de supercomputers de rechtspraak bepalen nooit volledig rechtvaardig kunnen zijn. Maar alle voor- en nadelen tegen elkaar afwegend, geloof ik wel dat we er behoorlijk op vooruit zullen gaan.
  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.


 

dinsdag 31 januari 2017

274. COLUMN ROGER FEDERER, RAFAEL NADAL, FINALE AUSTRALIAN OPEN 2017, STOPPEN OP JE HOOGTEPUNT, PETE SAMPRAS, ANDRE AGASSI, BJÖRN BORG, COMEBACKS, SCHAATSER GERARD VAN VELDE, ACTUALITEIT: In het belang van de heroïek in de sport stoppen op je hoogtepunt

ONDERWERPEN: ROGER FEDERER - STOPPEN OP JE HOOGTEPUNT

 

Federer-Nadal en Sampras-Agassi

De winst van de Zwitser Roger Federer in de tennisfinale van de Australian Open 2017 op zijn eeuwige Spaanse rivaal Rafael Nadal (zijn achttiende grandslamzege!) deed mij erg denken aan de finale van de US Open 2002 tussen de Amerikanen Pete Sampras en Andre Agassi. In beide gevallen ging het om een finale tussen twee legendarische tennisgrootheden die op dat moment door velen waren afgeschreven.
Ik kan me nog herinneren dat de Volkskrant na vroegtijdig verlies van Pete Sampras en Andre Agassi op Wimbledon 2002 tegen respectievelijk de Zwitser Georg Bastl en de Thai Paradorn Srichaphan (wie kent ze niet?) kopte met “Einde tijdperk Sampras en Agassi”. Dezelfde kop maar dan met de namen Federer en Nadal zal afgelopen jaar ongetwijfeld ook wel ergens in een krant hebben gestaan, vermoed ik zomaar.
Ruim twee maanden na deze kop stonden diezelfde Sampras en Agassi in de finale van de US Open. Sampras won in vier sets. Pas later bleek dit zijn laatste wedstrijd als professioneel tennisspeler te zijn geweest. Sampras was gestopt op zijn hoogtepunt.
 

Het blijft een gok

Stoppen op je hoogtepunt vind ik prachtig. Het heeft iets heroïsch. Om die reden vind ik dat Federer nu ook met onmiddellijke ingang moet stoppen.
De kunst van dit alles is echter natuurlijk om te bepalen wanneer je nou eigenlijk op je hoogtepunt zit. Want wie zegt Federer dat als hij nu stopt hij niet nog meer grandslamoverwinningen zou hebben behaald als hij zou zijn doorgegaan?
Het blijft een gok, maar ik zou als ik Federer was veel liever nu stoppen dan het risico lopen door te gaan om over een aantal jaren te moeten concluderen dat deze overwinning op de Australian Open 2017 toch echt zijn laatste kunstje was geweest. Volgens mij voelde Pete Sampras in elk geval heel goed aan dat zijn winst op de US Open 2002 zijn laatste grandslamoverwinning zou blijven en dus besloot hij op deze prachtige wijze te stoppen.
 

Voorbeeld uit eigen werk

Hoe mooi ik het stoppen op een hoogtepunt vind, kan ik illustreren aan de hand van een simpel voorbeeld uit eigen werk: mijn eigen, zeer bescheiden “tenniscarrière”.
Toen ik in 1997 op mijn 31e clubkampioen werd op mijn tweede tennisclub (zie ook columns 200 en 201) ben ik meteen gestopt met het spelen van toernooien. Tot op de dag van vandaag kan ik dus zeggen dat ik mijn laatste toernooi heb gewonnen en hoe vreselijk kinderachtig dit ook moge klinken - en dat besef ik - vind ik het wel iets hebben.
Ja, je kunt zeggen wat je wilt maar Pete Sampras en ik hebben op het gebied van tennisresultaten dus in elk geval één overeenkomst. Jammer alleen van al die overige verschillen (roem, geld, vrouwen enz.)…
 

Björn Borg

Mijn tennisidool van vroeger, de Zweeds legende Björn Borg, had eigenlijk hetzelfde moeten doen als Pete Sampras en ik (klinkt goed zo dit rijtje, die houd ik erin). Na zijn gewonnen legendarische finale in 1980 tegen zijn grote Amerikaanse rivaal John McEnroe (1-6, 7-5, 6-3, 6-7 - met de onvergetelijke 16-18 tiebreak - 8-6) had hij zijn houten Donnay-racket definitief aan de wilgen moeten hangen.
Helaas ging Borg nog een jaartje door waarin hij zowel op Wimbledon als bij de US Open in de finale verloor van dezelfde McEnroe. Al was het stoppen na die verloren finale op de US Open 1981 ook geen slecht moment. Borg was op dat moment slechts 25 jaar en zijn winstpercentage van veertig procent bij de grandslams - hij won 11 van de 27 grandslamtoernooien waaraan hij deelnam - is nog steeds een record (Federer zit nu op een percentage van 26%: 18 gewonnen/68 deelnames).
Zonde alleen dat Borg tien jaar later in 1991 om wat voor vage reden dan ook (geldgebrek, eenzaamheid, zwart gat) besloot om een soort van comeback te maken. Met zijn oude houten Donnay-racket notabene, wat hetzelfde zou zijn als je in deze tijd op je nieuwe werk bij een succesvol commercieel bedrijf verschijnt met een oude Nokia-telefoon. Heel leuk en nostalgisch, maar het gaat niet werken. En bij Borg werkte het natuurlijk ook niet. Zijn comeback werd een ramp.
 

De wraak van Van Velde was zoet

Succesvolle comebacks in de sport zijn sowieso vrij zeldzaam en zeker als je praat over een comeback na tien jaar afwezigheid zoals bij Borg het geval was.
De mooiste comeback die mij bijstaat, is die van de schaatser Gerard van Velde. Toen de klapschaats in het schaatsen opkwam, kreeg Van Velde de nieuwe techniek niet onder de knie en besloot hij in 1998 te stoppen. Een jaar later werd hij door Rintje Ritsma gevraagd als trainingsmaatje en begon hij langzaam maar zeker weer aan wedstrijden mee te doen. Zijn tijden waren in het begin echter van een dusdanig matig niveau dat medesprinter Erben Wennemars Gerard een beetje uitlachte en aangaf dat hij natuurlijk nooit aan een comeback had moeten beginnen.
De wraak van Van Velde was zoet. Een paar jaar later won Gerard goud tijdens de Olympische Winterspelen 2002 in Salt Lake City op de duizend meter, de favoriete afstand van jawel … Erben Wennemars (Erben werd vijfde).
Voor de heroïek in de sport had Gerard van Velde op dat moment natuurlijk meteen moeten stoppen met schaatsen. Maar helaas ging hij nog door tot 2008, waarna na het missen van plaatsing voor de belangrijke schaatstoernooien de beslissing tot stoppen onvermijdelijk geworden was.

Ja, het moge duidelijk zijn: ik heb iets met het stoppen op je hoogtepunt. Ik roep Roger Federer hierbij dan ook op om in het belang van de heroïek in de sport met onmiddellijke ingang te stoppen met tennis. De toekomst zal leren of ik met dit advies (wederom) gelijk had. 


Zul je natuurlijk net zien dat Federer Wimbledon 2017 ook wint...
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
Roger Federer (foto: Tonko)