donderdag 26 april 2018

298. Column over wat mij opviel uit de actualiteit (eind april-begin mei) - Natalie Portman weigert Israëlische prijs: Mijn God, ik word zo moe van Israël

Onderwerp: Israël - Natalie Portman - weigeren "Genesis Prize"

 

Israël is niet saai

Je kunt veel zeggen over Israël, maar saai is het er niet. Regelmatig komt het land in het nieuws, dan wel door het opnieuw doodschieten van ongewapende Palestijnse demonstranten (waaronder kinderen en journalisten) dan wel door een nieuwe poging van premier Benjamin Netanyahu om de wereld ervan te overtuigen dat Iran toch echt bezig is met het ontwikkelen van een atoombom.
Dat laatste zou me waarschijnlijk moeten verontrusten maar eerlijk gezegd doet het me helemaal niets. Een wereld waarin Rusland, Verenigde Staten, Frankrijk, China, Groot-Brittannië, Frankrijk, Pakistan, India, Israël en Noord-Korea officieel (al geeft alleen Israël dat nooit toe) kernbommen hebben, lijkt me al verontrustend genoeg. De ene leider is nog gestoorder dan de andere, wat ironisch genoeg dan ook meteen weer geruststellend is aangezien dat nodig is om de boel weer een beetje in evenwicht te houden.
De leider die ooit zo gek is om op de knopjes te gaan drukken, weet in elk geval dat hij daarmee zijn eigen (en - voor hem persoonlijk een klein detail - dat van zijn burgerbevolking) graf graaft. Dus wat dat betreft kan Iran daar ook nog wel bij, al zal Israël daar iets anders over denken.
Toch komt het nieuws uit Israël dat mij in de afgelopen periode het meest is opgevallen niet van premier Netanyahu maar van een beroemde Amerikaanse actrice.
 

Trots op Israëlische afkomst

Actiefilms zijn niet mijn favoriete genre maar soms springt er eentje tussenuit die ik echt goed vind. Zo is de ontroerende actiefilm “Léon” uit 1994 mij altijd bijgebleven en dat komt voor een groot deel door het geweldige spel van een twaalfjarig meisje: Natalie Portman.
Inmiddels uitgegroeid tot een grote filmster kwam dezelfde Natalie Portman vorige week in het nieuws toen ze aankondigde niet naar Israël te zullen komen voor het in ontvangst nemen van de prestigieuze "Genesis Prize", een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan “buitengewone individuen die een inspiratie vormen voor de volgende generatie Joden vanwege hun uitstekende professionele prestaties en toewijding aan de Joodse waardes en het Joodse volk.”
Geboren in Jeruzalem als Neta-Lee Hershlag verhuisde de Joodse Portman een paar jaar later met haar ouders naar de Verenigde Staten. Portman, die bekend staat als een uitermate intelligente en sociaal zeer betrokken vrouw (zo is ze veganist en steunt ze diverse goede doelen), heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat ze trots is op haar Israëlische afkomst en dubbele nationaliteit. Om die reden heeft ze de ontwikkelingen in haar geboorteland dan ook altijd nauwlettend gevolgd, én steeds kritischer. Zo liet Portman in 2015 weten ontdaan en teleurgesteld te zijn over de herverkiezing van premier Benjamin Netanyahu die ze onder andere racisme verwijt.
 

Motivatie Portman

Het besluit van Portman om de Genesis Prijs te weigeren, is ingegeven door recente gebeurtenissen in Israël die haar extreem verontrusten. Hierdoor voelt zij zich ongemakkelijk bij deelname aan publieke activiteiten in Israël en kan ze deelname aan de plechtigheid niet in overeenstemming brengen met haar geweten, aldus een woordvoerder van Portman.
Op haar instagram-account verwoordde Natalie Portman zelf haar motivatie om de prijs niet in ontvangst te nemen als volgt:

“My decision not to attend the Genesis Prize ceremony has been mischaracterized by others. Let me speak for myself. I chose not to attend because I did not want to appear as endorsing Benjamin Netanyahu, who was to be giving a speech at the ceremony. By the same token, I am not part of the BDS movement (Boycott, Disvestment and Sactions - een wereldwijde beweging die oproept tot vreedzaam verzet tegen Israël vanwege schendingen van mensenrechten tegenover de Palestijnse bevolking) and do not endorse it. Like many Israelis and Jews around the world, I can be critical of the leadership in Israel without wanting to boycott the entire nation. I treasure my Israeli friends and family, Israeli food, books, art, cinema, and dance. Israel was created exactly 70 years ago as a haven for refugees from the Holocaust. But the mistreatment of those suffering from today’s atrocities is simply not in line with my Jewish values. Because I care about Israel, I must stand up against violence, corruption, inequality, and abuse of power. Please do not take any words that do not come directly from me as my own. This experience has inspired me to support a number of charities in Israel. I will be announcing them soon, and I hope others will join me in supporting the great work they are doing.”
 

Verongelijkte kleuters

Natuurlijk zou Israël Israël niet zijn geweest als het land niet furieus op dit besluit van Portman zou hebben gereageerd. En aldus geschiedde. Diverse vooraanstaande Israëlische politici van de Likud-partij van Netanyahu reageerden als een stel verongelijkte kleuters. Zo waren ze onder andere van mening dat Portman als rijp fruit in handen van BDS-activisten was gevallen, dat ze de kant had gekozen van diegenen “die het succes en de miraculeuze wedergeboorte van Israël als een duister verhaal voorstellen” en dat ze was beïnvloed door de campagne van desinformatie en leugens over Gaza door de terroristen van Hamas.
Uiteraard werd ook nog het voorstel gedaan om het Israëlische paspoort van Portman in te trekken. Het enige wat er nog aan ontbrak was een Trump-achtige tweet van Netanyahu waarin hij liet weten dat hij Natalie Portman toch altijd al een overschatte actrice had gevonden. 
 

Alleen jullie religie is de enige ware

Mijn God, ik word zo moe van Israël.
En voor een ieder die nu zin heeft om mij te gaan beschuldigen van antisemitisme of anti-Israël of pro-Palestina gevoelens: leef je vooral uit, ik sta daar gelukkig boven. Net als de God van Israël overigens. Althans dat mag ik hopen. Waarbij ik er voor het gemak maar even van uitga dat Hij daadwerkelijk bestaat.
Nee, je kunt veel van mij zeggen maar als het gaat om religies maak ik echt totaal geen onderscheid of iemand nou een jood, een christen, een moslim, een Palestijn, een boeddhist, een hindoe of whatever is. Ik vind de ene religie echt niet beter of heiliger dan de andere, al zullen de betreffende aanhangers daar heel anders over denken. Maar wees niet bang hoor: alleen jullie religie is de enige ware, al die andere religies zijn gewoon verzinsels! 
 

Simson en Delila

Waar ik vooral door ben gefascineerd is de wijze waarop (sommige) religieuze mensen zich vanuit hun geloofsbelijdenis gedragen en dan met name richting andersdenkenden. Nieuwsgierig als ik ben, vraag ik me altijd af of hun God blij zou zijn met wat zij in Zijn naam doen.
Zoals bijvoorbeeld in dat videofilmpje dat op 10 april in omloop verscheen waarin je kunt zien hoe Israëlische sluipschutters - na wat overleg met elkaar - een onbewapende Palestijnse demonstrant die rustig rondloopt van grote afstand een kogel door het hoofd schieten en vervolgens hard gaan juichen bij de voltreffer: “Wauw, wat een video! Son of a bitch! (…) Ren maar en haal hem weg (gericht tegen de Palestijnse omstanders). Natuurlijk filmde ik het. (…) Wat een geweldige video!”
Dat de betreffende soldaten die dit soort executies uitvoeren gesteund worden door de Israëlische leiders verbaast mij niets. Opvallend daarbij is wel dat hun Joodse normen en waarden totaal verschillend zijn van de Joodse normen en waarden van bijvoorbeeld een Natalie Portman waarin géén plaats is voor geweld, corruptie, ongelijkheid en machtsmisbruik. Fascinerend toch hoe binnen één en dezelfde religie de normen en waarden zo uiteenlopend en subjectief kunnen worden geïnterpreteerd…
Meest interessantere vraag is natuurlijk of de Joodse God - waarbij ik er nogmaals voor het gemak even van uitga dat Hij echt bestaat - ook zo in Zijn sas zal zijn met dit soort gewelddadige acties van het Israëlische leger. Zou deze God óók dolenthousiast “Yes!” hebben uitgeroepen op het moment dat die ongewapende Palestijn levenloos ter aarde stortte nadat hij op grote afstand een kogel door zijn hoofd gejaagd kreeg van een Israëlische soldaat?
Kijkend naar de prachtige doch behoorlijk gewelddadige en wraakzuchtige verhalen uit de Tenach en het Oude Testament zou dat niet eens ondenkbaar zijn. Was het tenslotte niet diezelfde God van de Joden die in mijn lievelingsverhaal Simson en Delila Simson nog één keer zijn kracht teruggaf om hem in de gelegenheid te stellen om duizenden Filistijnen om te brengen?
Wat dat betreft zie ik een grote overeenkomst tussen het huidige Israël en de behoorlijk wraakzuchtige God uit de Tenach en het Oude Testament: met beide valt niet te spotten.
 

Ik dank God op mijn blote knieën dat ik niet gelovig ben

Moraal van het verhaal: ik dank God op mijn blote knieën dat ik niet gelovig ben…
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 
Natalie Portman in Léon (1994)
 

dinsdag 27 maart 2018

297. Column actualiteit afgelopen week, om over na te denken - Martina Navratilova is boos: Shut alsjeblieft de f..k up Martina Navratilova!

Onderwerp: inkomen Navratilova versus inkomen McEnroe

 

Arme multimiljonair

Ach gossie, de legendarische oud-tennisster Martina Navratilova blijkt voor haar werk als commentator voor de BBC tien keer zo weinig te verdienen als haar legendarische mannelijke collega John McEnroe. Tennisliefhebber of niet, ik kan er niets aan doen maar het eerste wat ik dacht toen ik de boze Navratilova hierover hoorde klagen was: “Shut alsjeblieft the fuck up Martina!”
Arme multimiljonair Navratilova verdient voor twee weken parttime commentaar leveren bij tenniswedstrijden op Wimbledon slechts € 17.500 tegenover de € 175.000 waar multimiljonair John McEnroe het mee moet doen. Al schijnt McEnroe voor dat iets minder bescheiden bedrag wel iets meer uren te moeten werken dan Navratilova. "Maar niet tien keer zoveel als ik!", benadrukt de voormalig tennisster. 
 

Heb ik geen rechtvaardigheidsgevoel?

Nu is het natuurlijk de bedoeling dat ik medelijden krijg met Martina. Omdat het niet om het geld gaat maar om het principe en ik dit dus onrechtvaardig zou moeten vinden. Maar vreemd genoeg gebeurt dat niet. Ik erger me juist dood aan Navratilova.
Heb ik dan geen rechtvaardigheidsgevoel? Nee, dat zou ik nou niet bepaald zeggen. Integendeel zelfs: ik weet van mezelf dat ik vergeleken met de mensen om mij heen juist een extreem rechtvaardigheidsgevoel heb. Eentje waarvan bijvoorbeeld mijn kinderen wel eens moe worden: “Daar heb je papa weer met zijn levensles nummer 1 dat het leven niet rechtvaardig is.” En precies dáár zit nou het probleem: ik heb juist een te sterk rechtvaardigheidsgevoel om met de verongelijkte houding van Navratilova mee te kunnen gaan. 
 

Vrouwen, weest aan uw man onderdanig

Ik wil niet slijmen maar als iemand voor gelijke rechten tussen mannen en vrouwen is (én tussen mensen in het algemeen) ben ik het wel. Ik kan eenvoudigweg geen goed rationeel argument bedenken waarom een man meer of “more equal” zou moeten zijn dan een vrouw (andersom idem).
De ongelijkheid tussen man en vrouw op deze wereld is natuurlijk vooral een uitvloeisel van een van de meest opvallende uitvindingen van de mens: religie. “Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan den Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente. (...) Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan de man, in alles.” (Efeziërs 5: 22-33)
Dan kan CDA-leider Sybrand Buma nog zo ijverig eindeloos blijven herhalen dat gelijkheid een typisch christelijke waarde is, maar het enige wat hij daarmee bereikt is dat je kunt concluderen dat de leider van "onze" grootste christelijke partij een stuitend gebrek aan kennis heeft op het gebied van de Bijbel en van de geschiedenis van het christendom. Al draait een beetje christen er natuurlijk zijn hand niet voor om om alles wat scheef staat in de Bijbel weer recht te lullen. Door bijvoorbeeld met “alternatieve interpretaties” te komen waardoor de lezer het natuurlijk allemaal verkeerd begrepen heeft en er in de Bijbel eigenlijk precies het tegenovergestelde staat van wat je denkt te lezen.
 

Toppunt van ironie

Toen mijn (inmiddels ex-) vrouw met mij trouwde en aangaf dat ze mijn achternaam niet zou gaan dragen omdat ze de vanzelfsprekendheid waarmee al die domme, ouderwetse en vooral volgzame vrouwen maar klakkeloos de achternaam van hun man aannamen echt bespottelijk vond, gaf ik haar groot gelijk. En dat ze alleen onder huwelijkse voorwaarden wenste te trouwen omdat ze vond dat ieder mens een individu is dat na een eventuele scheiding (die er ook kwam) voor zichzelf moet kunnen zorgen zonder financiële steun van de ex-partner, vond ik ook niets anders dan logisch.
Toppunt van ironie is overigens dat daar waar ik deze standpunten tot op de dag van vandaag nog steeds heb, mijn ex-vrouw ze al vrij snel na ons huwelijk weer liet varen. Binnen vijf jaar na onze scheiding was mijn ex opnieuw getrouwd. Maar ditmaal besloot ze alles 180 graden anders te doen: ze trouwde met een niet al te slimme man met een beetje kort lontje (aardig gezegd), in - jawel - gemeenschap van goederen. Overbodig te zeggen dat ze daarnaast in één moeite door ook maar heel volgzaam zijn achternaam aannam. Het mocht allemaal overigens niet baten: binnen vijf jaar was ze opnieuw gescheiden. 
 

Shit, mijn gras is groener dan aan de overkant

Terugkomend op mijn ergernis over Martina Navratilova: er is niks makkelijker dan je kwaad maken omdat je buurman meer heeft dan jij. Maar o jee wat is het toch verdomd moeilijk om je kwaad te maken omdat jij meer hebt dan je buurman. Ooit iemand horen zeggen: “Shit, mijn gras is een stuk groener dan aan de overkant”?
Daar waar mensen zich vergelijken met anderen, doen zij dat vanuit hun ego en hun afgunst vrijwel altijd met mensen die meer hebben dan zij. Voor deze mensen werkt rechtvaardigheid één kant op: het is wel rechtvaardig dat ik evenveel krijg als degenen die meer verdienen dan ik, maar het is niet rechtvaardig dat degenen die minder verdienen dan ik evenveel krijgen als ik. Zo zullen er ook zat commentatoren zijn - waaronder ook mannen - die voor twee weken Wimbledon een stuk minder verdienen dan Navratilova.
Waarmee ik weer terugkom op een van mijn stokpaardjes: mensen vinden altijd dat ze - letterlijk én figuurlijk - meer verdienen dan ze verdienen waarbij ze de vervelende neiging vertonen om alles wat in hun leven mee heeft gezeten normaal te vinden omdat dat zou zijn voortgekomen uit hun inzet en/of kwaliteiten en vaardigheden. Terwijl ze alles wat hen tegen heeft gezeten vooral zullen toeschrijven aan pech of externe omstandigheden waar zij zelf niets aan kunnen doen.
Natuurlijk kan ik ook de hele dag gaan klagen over het feit dat ik door een combi van allerlei nature en nurture-omstandigheden minder verdien dan de meeste mensen om mij heen. Iets wat helaas ook klopt. En natuurlijk - niets menselijks is mij vreemd - klaag of baal ik hierover wel eens.
Maar gelukkig staat daar tegenover dat er bij mij echt geen dag voorbij gaat waarin ik niet besef dat ik het in mijn situatie nog steeds veel beter heb dan meer dan vijfennegentig procent van de wereldbevolking. Kortom, een beetje nederigheid van mijn kant is wel op zijn plaats en gelukkig heb ik die ook.
Een beetje nederigheid tonen is iets wat een multimiljonair als Martina Navratilova ook zou moeten doen. Ik ken haar niet maar het zou mij niet verbazen als zij hetzelfde doet wat veel rijke mensen plegen te doen: ze vindt dat ze al die miljoenen verdiend heeft omdat ze er keihard voor heeft gewerkt. Ja, alsof er op deze wereld geen mensen rondlopen die in hun leven veel en veel harder hebben gewerkt dan mevrouw Martina Navratilova en daar slechts een habbekrats voor hebben gekregen. En dan praat ik nog niet eens over het feit dat de meeste van deze mensen wel wat nuttiger werk deden dan het spelen van wat tennispotjes. 
 

Nog een hoop te leren over het begrip rechtvaardigheid

Het is maar hoe je naar de wereld kijkt. Of je kijkt om je heen en je ziet vooral degenen die het beter hebben dan jij of je kijkt wat verder dan je neus lang is en je ziet - zeker als je in het rijke Westen woont - vooral degenen die het een stuk minder hebben dan jij. Het is net even het verschil tussen een egoïst zijn en iemand met een empathische en altruïstische inslag.
Wie kijkt naar deze wereld en begint over onrechtvaardigheid omdat jij als vrouw bijna twintigduizend euro voor twee weken parttime werken krijgt terwijl je mannelijke collega daar bijna twee ton voor krijgt, heeft nog een hoop te leren over het begrip rechtvaardigheid.
Laten we het eerst maar eens gaan hebben over wat simpele feiten: een klein groepje mensen (de aantallen variëren van 8 tot 42) heeft evenveel geld als de armste helft van de wereldbevolking (3,7 miljard mensen). Tussen 2016 en 2017 werd de wereld 9 biljoen (9.000.000.000.000) dollar rijker waarvan maar liefst 82 procent (7,38 biljoen dollar) in handen kwam van de rijkste 1 procent. De armste 50 procent van de wereldbevolking ging er geen cent op vooruit. Met die 7,38 biljoen dollar zou de armoede in de wereld zeven keer kunnen worden verholpen. Sinds eind jaren 1970 zijn de belastingtarieven voor de rijkste mensen gedaald in 9 van de 10 landen. Dit is ten koste gegaan van de armen en de middenklasse. Ongeveer 70 procent van de wereldbevolking leeft van een inkomen van minder dan 7 euro per dag.
Vergelijk dit salaris eens met het salaris of - nog beter - met het vermogen van multimiljonair Martina Navratilova en dan begrijp je waarom ik niet snel onder de indruk ben van het verongelijkte gedrag van (voormalige) proftennissters of bijvoorbeeld beroemde actrices uit Hollywood als ze klagen over hun mindere salarissen ten opzichte van hun mannelijke collega’s. Wie echt indruk op mij wil maken, moet eens gaan klagen over het feit dat hij/zij zoveel meer geld verdient dan de rest van de wereldbevolking.
 
Besef verdomme eens hoeveel groener ons gras is dan aan de overkant...
 
 

En dan nog dit...

Afgezien van alles heb ik nog meer slecht nieuws voor Martina Navratilova: John McEnroe is als commentator een stuk beter en vooral grappiger. Want ook al zijn mannen en vrouwen voor mij gelijk en moeten ze gewoon gelijk worden behandeld, wil dat natuurlijk nog niet zeggen dat ik ook denk dat mannen en vrouwen precies hetzelfde zijn. Zo kan ik er bijvoorbeeld met geen mogelijkheid omheen dat ik mannen over het algemeen veel grappiger vind dan vrouwen. Een mening die overigens door diverse vrouwen in mijn omgeving wordt gedeeld. Maar wat mij er niet van weerhoudt om verzuurde feministes op te roepen om kwaad op mij te reageren en daarmee opnieuw mijn gelijk te bewijzen…
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 


 

dinsdag 20 maart 2018

296. Column actualiteit afgelopen week, om over na te denken - overlijden Stephen Hawking: En dáárom is een natuurkundig genie mijn 'droombaan'

Onderwerp: overlijden Stephen Hawking

 

Noem het toeval

Toen ik van de week tijdens het autorijden moest denken aan het overlijden van Stephen Hawking zette ik op mijn mobiel het bestand met mijn favoriete muzieknummers aan. Noem het toeval of niet maar het eerste nummer wat klonk was de prachtige soundtrack van de film “The Theory of Everything” over het leven van Hawking.
Natuurlijk noem ik het toeval en ik mag gerust aannemen dat Hawking dat met mij eens zou zijn geweest. Als natuurkundige, wiskundige, pure wetenschapper én agnost zal Hawking net als ik niets hebben gehad met mensen die ervan overtuigd zijn dat toeval niet bestaat. Natuurlijk bestaat toeval. Sterker nog, zonder toeval zouden het heelal, het leven en ons bestaan niet zijn geweest wat het nu is.
Maar mensen die niet in toeval geloven, zullen ongetwijfeld weer dingen aangrijpen waarmee ze bevestigd worden in hun overtuigingen zoals bijvoorbeeld de datum waarop Hawking is overleden: 14 maart. Behalve dat op deze datum toevallig Albert Einstein is geboren (14-3-1879), is het op 14/3 - of zoals Amerikanen schrijven 3/14 - ook internationale Pi-dag, zeg maar een soort feestdag voor wiskundigen. Dit heeft te maken met het feit dat de eerste drie cijfers van het wiskundige mythische getal 3, 1 en 4 zijn.

Ach, de mens is altijd goed in het vinden van verbanden die er niet zijn. Wie in een willekeurige tekst een code wil vinden, zal ‘m ook vinden: zoekt en gij zult vinden.
 

De ideale baan

“The Theory of Everything” was een goede film met mooie filmmuziek maar net als de televisieserie “Genius” over Albert Einstein om dezelfde redenen een beetje teleurstellend: de film richt zich vooral op het privéleven van Hawking waar ik had gehoopt op een focus op zijn fascinerende wetenschappelijke theorieën.
Laatst had ik het met iemand nog over het wel of niet bestaan van de ideale baan waarbij ik aangaf dat ik het allerliefst een natuurkundig genie zou zijn geweest.
Waar de meeste anderen in dat geval waarschijnlijk voor een “ideale” baan zouden kiezen die je nog enigszins realistisch zou kunnen noemen, is dat met een “baan” als natuurkundig genie natuurlijk allerminst het geval. Een natuurkundig genie word je tenslotte niet, zo word je geboren (nature). Waarna het met de nurture-omstandigheden natuurlijk nog wel "even" mee moet zitten om je ook daadwerkelijk daar te brengen waar je je genialiteit volledig tot bloei kunt laten komen.
Waarbij ik me overigens afvraag of de vervelende omstandigheid van het op 21-jarige leeftijd horen dat je de vreselijke ziekte ALS hebt Stephen Hawking misschien niet juist geholpen heeft om te kunnen uitgroeien tot de meest briljante wetenschapper van onze tijd. Want als je lichaam het niet meer doet maar je briljante hersens gelukkig nog wel en je leeft in de veronderstelling dat je niet lang meer te leven hebt, zou dat best eens kunnen leiden tot een enorme drive die je zonder die ziekte niet of minder zou hebben gehad. Misschien een controversiële gedachte - omdat anderen juist zullen denken dat Hawking zonder die ziekte nog veel meer briljante theorieën zou hebben voortgebracht - maar wel een interessante om over na te denken. Al zullen we natuurlijk nooit weten of er een kern van waarheid in zit.
 

Zinloze bezigheidstherapie

Als ik kijk naar onze wereld en ik denk na over wat ik uiteindelijk het meest boeiend van alles vind dan kom ik toch “gewoon” uit bij de grote wetenschappelijke levensvragen en mysteriën rondom het ontstaan van alles, het heelal, ruimte en tijd, het leven enzovoort. En laat dat nou precies datgene zijn waar Stephen Hawking zijn hele leven aan heeft gewijden en waar ik hem om heb benijd.
Ik kan er niets aan doen maar hoe meer ik de wereld om mij heen observeer en analyseer hoe nietszeggender ik ‘m vind. We kunnen er lang of kort over praten maar vrijwel alles waar wij mensen zo druk mee bezig zijn, wordt gedreven door ons ego en daar word ik als ik erover doordenk nou niet bepaald blij of opgewonden van.
Of het nou gaat om het najagen van flitsende carrières met zoveel mogelijk status, macht en geld of om - nóg erger - het uitvechten van oorlogen omdat men zichzelf, bijvoorbeeld vanuit religieuze motieven, superieur acht aan de vijand, ik beschouw het allemaal als een soort zinloze bezigheidstherapie waar de wereld niet beter of mooier van wordt.
Het komt op mij een beetje over alsof wij mensen druk bezig zijn met het creëren van een illusie waarin we onszelf wijsmaken dat we uiterst zinvol bezig zijn terwijl de harde waarheid is dat vrijwel alles wat wij doen geen verschil maakt (hooguit voor ons zelf en ons ego). Ja, wij willen allemaal zo dolgraag denken dat we uniek zijn, maar in feite kunnen we er niet omheen dat wij (bijna) allemaal compleet vervangbaar zijn en leven in een wereld waarin alles vergankelijk is. 
 

Survival of the fittest

Natuurlijk ben ik nou ook weer niet zo wereldvreemd dat ik niet besef dat dit menselijke gedrag volstrekt logisch en normaal is aangezien ook wij mensen gewone dieren zijn die op onze manier slechts met elkaar een “survival of the fittest” strijd aan het uitvechten zijn. Maar desalniettemin kan ik er niet omheen dat als ik dit alles van een afstand observeer en analyseer ik het uiteindelijk allemaal zo onbenullig en nietszeggend vind. Noem mij gerust cynisch maar als ik mensen hoor praten over waar ze allemaal mee bezig zijn en welke mooie prestaties ze leveren (bijvoorbeeld op Facebook), betrap ik mezelf steeds vaker op gedachten als “So what?” of "Who cares?"
Bij het werk van natuurkundige genieën als een Stephen Hawking denk ik zoiets echter NOOIT. Wat zij doen, vind ik machtig interessant om de eenvoudige reden dat zij op zoek zijn naar de essentie van ons bestaan en wat is er nou boeiender en zinvoller dan dat? Weg met alle ruis en ego’s en bezigheidstherapieën: de zoektocht naar antwoorden op de grootste levensvragen uit de wetenschap, dát is pas het échte werk!
 

Chimpansee

En dáárom is een natuurkundig genie mijn "droombaan”. Een functie waarin je daadwerkelijk een steentje kan bijdragen aan het verkrijgen van meer begrip van de werkelijkheid past perfect bij mij.
Enig “klein” minpuntje voor mij is dat ik hooguit in hoofdlijnen iets kan begrijpen van de onderwerpen waar dit soort genieën zich mee bezighouden. Vergeleken met briljante mensen als Newton, Einstein en Hawking voel ik me echt een chimpansee. Wat ik zeg naar aanleiding van een opmerking die ik ooit een hoogbegaafde vrouw op Facebook zag maken. Zij gaf aan het niet te begrijpen waarom niet-hoogbegaafde mensen toch zo beledigd raakten als zij uitlegde dat het voor iemand met een IQ van boven de 130 het leven met “gewone” mensen (gemiddeld IQ 100) net zo is als wanneer “gewone” mensen de hele dag tussen chimpansees (gemiddeld IQ 70) moeten rondlopen. Waarbij ik me toen al bedacht hoe ik mij dan wel niet zou moeten voelen tussen genieën van het niveau van een Albert Einstein of een Stephen Hawking.
 
Ik sluit af met een grappige gedachte die door mijn hoofd ging naar aanleiding van de dood van Stephen Hawking. Ik vroeg me af of Hawking inmiddels persoonlijk kennis zou hebben gemaakt met zijn Schepper en zo ja, wat dat dan met hem zou hebben gedaan. Ik denk in elk geval dat Stephen Hawking van verbazing van zijn stoel zal zijn gevallen… 
 
(maar eerlijk gezegd denk ik niet dat dit gebeurd is; Hawking was tenslotte niet voor niets een genie...)
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 
 

maandag 26 februari 2018

295. Column over PyeongChang 2018, de Spelen van de emoties, Erben Wennenmars, Rianne de Vries en Ester Ledecka: Niet Kjeld maar Erben is mijn held

Onderwerpen

Olympische Winterspelen PyeongChang 2018

 

 

Het zwarte gat na PyeongChang 2018

Ik weet niet of ze deze wijsheid van zichzelf heeft, maar mijn zus zei laatst “Het leven is een gat dat je zelf moet zien te vullen”. Ondanks dat je deze uitspraak zowel positief als negatief kunt interpreteren, zit er natuurlijk een kern van waarheid in. Zeker nu de Olympische Winterspelen in PyeongChang 2018 er weer op zitten, besef ik dat.
Het zou wat overdreven zijn om te zeggen dat ik na twee weken sportgenot voor de televisie bang ben voor het komende zwarte gat, maar ik zou ook liegen als ik zou beweren dat ik de komende dagen geen enkele vorm van leegte ga ervaren.
Al van kinds af aan kijk ik graag naar grote sportevenementen en de Winterspelen vind ik misschien wel nóg leuker dan de Olympische Zomerspelen. Enigszins met schaamrood op de kaken - omdat ik begrippen als “nationalistisch” en “chauvinistisch” toch een beetje eng vind - moet ik bekennen dat dat vooral komt door de successen van “onze” Nederlanders. Sport kijken is en blijft nu eenmaal een stuk leuker als je voor iemand bent dan dat het je allemaal niets uitmaakt wie er wint.
 

Emoties

Wat mij vooral zal bijblijven van PyeongChang 2018 zijn de emoties, zowel die bij de sporters als bij mezelf. Al vaker heb ik in columns verteld dat ik merk dat ik naarmate ik ouder word emotioneler word en opnieuw is dit tijdens deze Spelen bevestigd. Mijn God, wat heb ik de afgelopen twee weken vaak met tranen in mijn ogen voor de televisie gezeten. Hoe dit precies komt, weet ik niet al heb ik wel zo mijn theorieën.
Simpel gezegd denk ik dat het een combinatie van factoren is. Zo ben ik om te beginnen van nature al een gevoelig persoon. Daarnaast ben ik een denker die vooral het afgelopen decennium steeds meer is gaan na- en doordenken over de (naar mijn mening) absurde wereld om mij heen waardoor ik ook steeds meer in zowel positieve als negatieve zin geraakt word door dingen.
Bij dit alles speelt mee dat naarmate je ouder wordt, je meer ups en downs en dus levenservaring krijgt waardoor - althans in mijn geval - de kans groter wordt dat je je ook meer en beter zult kunnen inleven in (de emoties van) anderen.
Tenslotte zal ook mee kunnen spelen dat ik al heel veel jaren alleen ben. Hierdoor is het denk ik vrij logisch dat ik - ondanks dat ik gelukkig goed alleen kan zijn - ook wel regelmatig gevoelens van eenzaamheid heb die in combinatie met mijn toenemende besef van de vergankelijkheid van het leven mij vatbaarder maken voor emotionele buien. Ach, het zijn zomaar wat theorieën...   
 

De hoogtepunten van PyeongChang 2018

Wat waren voor mij dé hoogtepunten van PyeongChang 2018?
Natuurlijk zou ik als Nederlander nu voor de hand liggende gouden medaillewinnaars kunnen opsommen als bijvoorbeeld Ireen Wüst, Sven Kramer, Suzanne Schulting of Kjeld Nuis, maar ik ga toch liever voor een iets origineler rijtje.
Zoals al eerder genoemd, waren de Winterspelen van PyeongChang 2018 voor mij in de eerste plaats de Spelen van de emoties. Daarnaast waren het vooral de Spelen van Erben Wennenmars, Rianne de Vries en Ester Ledecka. Ja: niet zozeer Kjeld maar vooral Erben is mijn held!

 

Erben Wennenmars tegenover Rintje Ritsma

Omdat mooie sport voor mij een combi is van passie en emotie wil ik er ook verslaggevers bij die passie en emotie uitstralen. Om die reden ben ik heel blij met Erben Wennenmars. Erben Wennenmars zit boordevol energie en passie en leeft intens mee met de sporters en vindt het als een klein kind in een snoepwinkel allemaal even prachtig wat er gebeurt en brengt dat ook over aan mij als kijker.
Zet voor de grap tegenover Erben nou eens een Rintje Ritsma. Ritsma heeft de uitstraling van een zak zout. Ritsma doet alles volgens het boekje, op een ontzettend saaie en sociaal "wenselijke" manier. Je ziet hem vrijwel nooit lachen en als hij dan eens lacht doet hij dat als de bekende boer met kiespijn die hij zou zijn geweest als hij geen beroemde schaatser was geworden. Niet dat ik er ooit naar kijk (en ja, ik ben écht een van die uitzonderingen) maar ik kan me zo voorstellen dat Yvon Jaspers heel blij zou zijn geweest met boer Rintje als kandidaat voor haar “Boer zoekt Vrouw” show.
Noem het gerust een vooroordeel maar Rintje is voor mij een beetje de verpersoonlijking van de nuchtere doch doodsaaie Fries. Zo’n typische (beetje Trump-achtige) hardwerkende man die garant staat voor ambitie en succes maar waarvan je geen enkele empathie hoeft te verwachten omdat hij dat eenvoudigweg niet in zich heeft.
 

Troosten van Jorien ter Mors en Rianne de Vries

Ik klink haast als een wijf maar Erben is niet zo’n man. Erben is wél empathisch. Erben slaat als enige een arm om de huilende Jorien ter Mors heen als zij emotioneel vertelt dat zij op het laatste rechte stuk van haar gouden rit op de duizend meter haar overleden vader aanroept: “Pap, kom help me”. Met tranen in mijn ogen kijk ik naar de kwetsbare Jorien en vind het prachtig om te zien. En Erben vindt dat ook en doet precies wat ik ook zou doen. Hij snelt naar haar toe om haar te troosten: “Ach meisje toch”. Ontroerende televisie!
Ook voor de arme shorttrackster Rianne de Vries heeft Erben als enige oog. Hij troost haar omdat hij als oud-sporter haar pijn voelt.
Vier jaar lang hebben de vijf Nederlandse dames van het shorttrackteam keihard met elkaar getraind voor PyeongChang 2018. Vier van hen halen in PyeongChang met elkaar in de aflossingsploeg heel onverwacht de bronzen medaille en bij het horen van dit nieuws gaan deze vier meiden helemaal uit hun dak. Even verderop zie je Rianne het tafereel op een afstand bekijken met een zichtbaar beteuterd gezicht vol gemengde gevoelens. Alleen Rianne krijgt geen bronzen medaille omdat zij de hele tijd reserve heeft gestaan en nergens in de wedstrijd door de coach is ingezet. Wat extra zuur is als je bedenkt dat Rianne vier jaar geleden in Sotsji ook al als reserve geen minuut wedstrijdtijd had gekregen. Wat voor haar dé motivatie vormde om nog maar eens vier jaar lang keihard te gaan trainen met als doel om in PyeongChang 2018 wél mee te mogen doen.
Erben kan het leed van Rianne niet verzachten, maar het is mooi om te zien hoe hij het toch probeert. 
 

Grootste schaatser aller tijden

Enig minpuntje aan Erben Wennenmars is dat hij zich meer moet verdiepen in de schaatshistorie. Erben opperde even dat niet Sven Kramer maar de Amerikaan Shani Davis moet worden beschouwd als de grootste schaatser aller tijden aangezien Davis in tegenstelling tot Sven zowel wereldkampioen allround (2005 en 2006) als ook sprint (2009) is geweest.
Ja beste Erben, alsof er nooit ene Eric Heiden heeft bestaan die op niet te evenaren superieure wijze twee keer wereldkampioen junioren (1977-1978), drie keer wereldkampioen allround (1977-1979) en vier keer wereldkampioen sprint (1977-1980) werd om vervolgens na het behalen van de gouden medailles op alle vijf de afstanden op de Olympische Winterspelen van Lake Placid (1980) op 21-jarige (!) leeftijd maar besloot om te stoppen met schaatsen omdat de lol er nu wel een beetje van af was na al dat winnen… (zie column 237)
En wij - overigens terecht - maar trots zijn op ons "jonkie" Esmee Visser die met haar 22 jaar totaal onverwacht in PyeongChang debuteerde met een prachtige gouden medaille op de 5000 meter, maar die nog altijd een (half) jaar ouder is dan Heiden was toen hij met negen wereldtitels en vijf gouden medailles op zak met pensioen ging! 
 

Mooi huilen

Emoties maken topsport mooi en in PyeongChang waren emoties volop aanwezig. Vele (half) Nederlandse topsporters heb ik mooi zien huilen: van Ireen Wüst tot Kjeld Nuis, van Ted-Jan Bloemen tot Suzanne Schulting, van Jorien ter Mors tot Annouk van der Weijden (na het op een haar na missen van de bronzen medaille op de 5000 meter) etc.
Het meest aandoenlijk vond ik de bescheiden reactie van de Tsjechische Ester Ledecka die na haar gewonnen race op de Super G (nota bene op geleende ski's van de Amerikaanse topskiester Mikaela Shiffrin) niet kon geloven dat zij echt gewonnen had. Wat op zich ook weer niet zo vreemd was, aangezien Ledecka's beste resultaat op de Super G tot dan toe plek 19 was geweest. Pikant detail: de Oostenrijkse favoriete Anna Veith werd al aan alle kanten gefeliciteerd met haar gouden medaille maar moest dus tot haar verbazing en afgrijzen toezien hoe Ledecka toch nog 1 honderdste seconde onder haar tijd dook.  

Ledecka verbaasd om zich heen kijkend nadat ze als nummer 1 beneden is gekomen.

Cameraman: "You are first. You are the winner."
Ledecka schudt haar hoofd: "No". 

Cameraman: "You are!"
Ledecka: "It must be some mistake." 
Cameraman: "It's not a joke!"

Ledecka kon het nog steeds niet geloven en vroeg later aan haar moeder of het er goed uitzag en of ze echt geen poortje had gemist. Een week later zou Ledecka geschiedenis schrijven door bij het snowboarden - waar zij wél de torenhoge favoriet was - de parallelreuzenslalom te winnen en zo de eerste vrouw te worden die op dezelfde Olympische Winterspelen op twee verschillende disciplines een gouden medaille weet te behalen.    
 

En ik maar blijven kijken met tranen in mijn ogen. Misschien ben ik dan toch te lang alleen...

 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie. 

 
 

dinsdag 30 januari 2018

294. Column met greep uit gemiste columns in 2017 (deel 2/2, slot)

 
Onderwerpen

Niet geschreven columns in 2017 - strafrechtadvocaat Bénédicte Ficq en de tabaksindustrie - de #metoo discussie
 
 

Nooit een heilige

Wie in tegenstelling tot Aung San Suu Kyi (zie deel 1) nooit een heilige is geweest - en dat als strafrechtadvocate per definitie ook nooit kan worden - maar die afgelopen jaar wel een verwoede poging deed om er eentje te worden, was Bénédicte Ficq.
Ficq kwam diverse keren in het nieuws omdat ze als eerste advocaat ter wereld namens een aantal ex-rokers, patiënten van longziektes en organisaties als KWF Kankerbestrijding de tabaksindustrie strafrechtelijk wil aanpakken. En wel voor: poging tot moord en doodslag en/of poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade en/of poging tot opzettelijke benadeling van de gezondheid met voorbedachten rade.
 

Shockerend en misdadig

Ficq is boos op de tabaksproducenten omdat die er alles aan doen om hun producten zo onweerstaanbaar te maken dat het voor de kopers wel heel moeilijk wordt om er vanaf te blijven met alle gezondheidsrisico’s en dodelijke slachtoffers van dien.
Schrik niet, maar er schijnt in de tabaksindustrie dus nogal veel gelogen, bedrogen en gesjoemeld te worden (er werken waarschijnlijk mensen) en dat vindt Ficq shockerend en misdadig.
 

Ongelofelijke hypocrisie

Nou gaat het mij hier niet om de discussie of mevrouw Ficq gelijk heeft dat de tabaksindustrie niet deugt. Natuurlijk deugt die niet. Maar laten we eerlijk zijn: als we alle leugens uit reclames - waarmee bedrijven consumenten willen aanzetten tot het kopen van hun producten - wegfilteren, dan blijft er verdomd weinig over.
Ook gaat het mij hier niet om de discussie of rokers niet gewoon een eigen verantwoordelijkheid hebben in de keuze om wel of niet te gaan roken en om zich daarbij ook te verdiepen in de gezondheidsrisico’s. Nou ja verdiepen, heel veel verdieping lijkt me daarvoor niet nodig. Wie in deze tijd niet weet dat roken slecht is voor de gezondheid is per definitie al niet gezond. Dus wie zich als fervent roker desondanks geroepen voelt om de tabaksindustrie aansprakelijk te stellen voor zijn eigen foute keuzen moet dat helemaal zelf weten, maar ik denk er zo het mijne van…
Nee, waar het mij hier allemaal om gaat is de ongelofelijke hypocrisie van mevrouw Ficq. Als strafrechtadvocaat heeft Ficq van liegen en bedriegen min of meer haar beroep gemaakt. Wie strafrechtadvocaat wil worden maar integer is en niet kan liegen en bedriegen, is namelijk totaal ongeschikt voor dit vak (kijk voor de grap eens de - overigens verder middelmatige - film “Liar Liar” uit 1997). Dat weet mevrouw Ficq, dat weet ik en dat weet ieder weldenkend mens met kennis over de rechtspraak. Strafrechtadvocaten houden zich niet bezig met futiliteiten als eerlijkheid en waarheid, dat is niet hun taak en mijn God wat vinden ze dat heerlijk want je kunt je er zo lekker achter verschuilen zonder dat iemand het je kwalijk neemt.     
 

Grote overeenkomst strafrechtadvocaten en tabaksindustrie

Kortom, Ficq vergeet voor het gemak even dat strafrechtadvocaten en de tabaksindustrie een grote overeenkomst met elkaar hebben: beide liegen en bedriegen om hun doel te bereiken.
Het enige verschil zit ‘m in het doel. Waarbij de één ongeacht de schuld van zijn cliënten (waaronder vreselijke criminelen en moordenaars zitten) vrijspraak als ultiem doel heeft, is de ander erop uit om zoveel mogelijk winst te behalen met de verkoop van zijn product.
De vraag welke van de twee ethisch gezien het meest kwalijk is, is een interessante. Al weet ik wel dat het beroep van strafrechtadvocaat in onze maatschappij als een stuk eervoller zal worden beschouwd dan dat van een tabaksverkoper. Wat natuurlijk ook logisch is aangezien alle beschaafde mensen het erover eens zijn dat in een beschaafd land iedereen recht heeft op verdediging waardoor  we nu eenmaal niet zonder strafrechtadvocaten kunnen. 
Maar zelfs in de ethische kwestie zie ik vooral overeenkomsten. Wanneer we alle kennis zouden hebben over hoe beide partijen precies werken en welke leugens en bedrog ze toepassen om hun doel te bereiken, zal de eindconclusie luiden dat beide over morele grenzen gaan die volgens onze beschaafde normen en waarden eigenlijk niet kunnen. Een uitspraak die naar mijn bescheiden mening allesbehalve gewaagd is.
Nee, als mevrouw Ficq nou een aardig en bescheiden mens was geweest die haar leven had gewijd aan het strijden voor rechtvaardigheid met behulp van de hiervoor essentiële waarheidsvinding, dan was ik wellicht een groot fan van haar geweest. Maar op ijdele, mediageile en hypocriete strafrechtadvocaten - die drommels goed weten dat liegen en bedriegen een wezenlijk onderdeel is van hun beroep - zal ik het nooit hebben.
Bovendien zou het mij  niet verbazen dat als mevrouw Ficq voor heel veel geld en publiciteit als eerste door de tabaksproducenten zou zijn benaderd om hun belangen te vertegenwoordigen, ze net zo goed aan de andere kant had gestaan in deze discussie. Maar laat ik nu maar stoppen voordat ik het niveau omlaag breng met de (overigens boeiende) vraag wat de overeenkomsten zijn tussen advocaten en hoeren...  
 

#MeToo-discussie

De grootste gemiste column van 2017 is natuurlijk die over de #MeToo-discussie. Een discussie die tot op de dag van vandaag loopt en waarvan het einde nog (lang?) niet in zicht is.
Toen de #MeToo-discussie in oktober 2017 ontstond met de Harry Weinstein-affaire was ik al aan een column begonnen. Omdat de ontwikkelingen in die fase elkaar echter in rap tempo opvolgden en iedereen over elkaar heen duikelde met het geven van meningen, besloot ik eerst even af te wachten hoe het verder zou gaan. Waarbij ik geen rekening had gehouden met een scenario waarbij de discussie alle kanten begon op te springen en #MeToo nog maandenlang het nieuws zou gaan bepalen.
Het lastige aan een column schrijven over zo’n brede discussie als die van #MeToo is dat je niet weet waar je moet beginnen omdat er zoveel verschillende invalshoeken te bedenken zijn. Daarnaast valt er voor veel uiteenlopende standpunten over #MeToo - van slachtoffers tot aan critici - eigenlijk wel iets te zeggen. Meest boeiende aan de discussie vind ik dat het de meest uiteenlopende kanten van de mens - van goed tot kwaad - in zich herbergt.
 

De voordelen overheersen

Met alle voor- en nadelen van de #MeToo-beweging die er zijn, staat voor mij vast dat de voordelen overheersen. Met mijn sterk rechtvaardigheidsgevoel en hekel aan taboes kan ik alleen maar blij zijn dat mensen door deze discussie zich meer dan ooit hardop durven uit te spreken over hun negatieve ervaringen op het gebied van seksuele intimidatie, met soms aanrandingen of verkrachtingen tot gevolg.
Het is toch prachtig dat diverse mensen - en dan met name mannen - in machtsposities in deze fase van de #MeToo-discussie vreselijk in de rats zitten omdat ze beseffen dat zij tot de daders behoren en nu maar moeten afwachten of hun #MeToo-slachtoffers zich gaan melden of niet met alle mogelijke negatieve gevolgen van dien (einde carrière).
Net als dat het prachtig is dat veel van deze machtswellustelingen zich vanaf nu wel drie keer zullen bedenken voordat ze opnieuw een slachtoffer seksueel te grazen nemen. Dát noem ik het grootste winstpunt van #MeToo. 
 

Haar doel voorbij schieten

Helaas slaat de #Metoo-discussie ook in veel gevallen door. Het is eigenlijk absurd als je bedenkt dat we leven in een tijd waarin je met hashtag Metoo in één tweet het leven van iemand kapot kan maken, ongeacht of de tweet waar is of niet.
Daarnaast is “waar” in de #Metoo-discussie natuurlijk vaak een relatief begrip. Het is tenslotte een feit dat er tussen een verkrachting en een lieve flirtactie een ontzettend groot grijs gebied zit.
Afhankelijk van hoe ruim je het begrip “aanranding” definieert, zou je menige flirtactie gerust als een soort van aanranding kunnen beschouwen. In de meest ruime definitie zou je misschien zelfs kunnen stellen dat er zonder pogingen tot “aanranding” heel wat minder relaties (en baby's) tot stand zouden zijn gekomen in deze wereld.
Kortom, op dit punt begrijp ik de honderd Franse vrouwen onder aanvoering van actrice Catherine Deneuve die ervoor waarschuwen dat de #MeToo-beweging niet haar doel moet voorbij schieten en dat vrouwen het recht moeten blijven behouden om versierd te worden.
Het klinkt misschien cru, maar ik vermoed dat je als gemiddelde man het meest kans maakt om een gemiddelde vrouw succesvol te versieren als je je begeeft op het grensgebied tussen gewaagd flirten en lastigvallen. Wat grappig gesteld een van de verklaringen zou kunnen zijn voor het feit dat ik nog alleenstaand ben, ware het niet dat ik niet bepaald op zoek ben naar het soort vrouwen dat gevoelig is voor dit soort flirtgedrag. Laat ik het zo zeggen: ik behoor (gelukkig) niet tot die groep mannen die bang hoeft te zijn voor #MeToo-beschuldigingen. 
 

Hypocrisie

Hypocrisie is een menselijke eigenschap waar ik ontzettend slecht tegen kan en waar de hele #MeToo-discussie ook vol mee zit.
Het begon al met de vrouw van Harry Weinstein die hem na alle beschuldigingen besloot te verlaten. Ja, alsof zij niet wist hoe haar man was. Alsof zij niet op de hoogte was van het algemeen bekende imago van haar man. Alsof zij niet wist dat hij links en rechts vreemdging. Nee, natuurlijk wist ze dat allemaal. Maar het is natuurlijk nogal een verschil of je een stinkend rijke man hebt die omringd wordt met mensen die wel op de hoogte zijn van zijn twijfelachtige imago als seksueel intimiderende machtswellusteling maar die er braaf over zwijgen of dat opeens een paar slachtoffers gaan praten en in no time de hele wereld er achter komt hoe je man is en er schande over spreekt. In dat geval weet je niet hoe snel je het zinkende schip moet verlaten voordat je mee verdrinkt. Wat een hypocriete bitch zeg!
Hetzelfde geldt voor al die bekende acteurs en actrices die schande spraken van het gedrag van Weinstein op het moment dat het uitkwam maar die ook al lang op de hoogte waren van - op zijn minst - de geruchten. Dat ze desalniettemin besloten te zwijgen had uiteraard maar één reden: het eigen belang. In dat opzicht toont ook de #MeToo-discussie de ware aard van de mens: het ego staat voorop. Maar op het moment dat dat ego in het gedrang komt omdat iedereen opeens naar links beweegt terwijl jij nog rechts staat, dan besef je maar al te goed dat je voor je zelfbehoud ook snel naar links moet bewegen. Mijn God, wat is het menselijk gedrag toch vaak doorzichtig en voorspelbaar.

 
 
Twee columns schrijven over gemiste columns, het blijft apart en het blijft hopelijk beperkt tot deze twee uitzonderingen.
 
  

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
 

vrijdag 19 januari 2018

293. Column met greep uit gemiste columns in 2017 (deel 1/2)

Onderwerpen

Niet geschreven columns in 2017 - dood Hugh Hefner  - Aung San Suu Kyi en de Rohingya
 

Dooddoener

Aan het begin van 2018 neem ik me voor om dit jaar minimaal twee columns per maand te gaan schrijven waardoor ik in elk geval boven het aantal van twintig uit 2017 zal uitkomen.
Helaas was 2017 voor mij toch ook een beetje het jaar van de columns die ik niet geschreven heb. Dit komt door een combinatie van factoren. Waarvan tijdgebrek een belangrijke is, zou ik nu kunnen roepen. Maar omdat ik zelf een hekel heb aan deze dooddoener weiger ik dat: tijd is prioriteit.

In mijn geval zijn bepaalde columns niet verschenen omdat ik er of te lang mee bezig was of het schrijven ervan te lang uitstelde waardoor de column niet meer actueel was en ik het maar verder liet schieten. Iets wat een betaalde columnist zich niet kan permitteren maar wat het voordeel is als je een columnist bent zoals ik: iemand die enkel en alleen columns schrijft voor zijn plezier gecombineerd met de behoefte om dingen van zich af te schrijven.
De volgende reden waarom ik minder columns heb geschreven dan de jaren daarvoor zullen veel creatieve mensen herkennen. Door de combinatie van een gebrek aan inspiratie en de angst om in herhalingen te vallen, blokkeer ik soms. Noem het een soort van writer’s block. 
 

Een kleine greep uit de niet geschreven columns in 2017

Welke columns ik allemaal precies in 2017 niet heb geschreven terwijl ik het wel van plan was of er in elk geval een idee over had, weet ik niet meer. Maar dat ik minimaal twee keer zoveel columns in mijn hoofd heb als dat er uiteindelijk op mijn blog verschijnen, is een feit.
Een column schrijven over niet geschreven columns is misschien vreemd maar toch kan ik het niet nalaten om in deze column (en deel 2) een kleine greep te doen uit de columns die ik in 2017 had willen schrijven maar helaas niet heb gedaan. 
 

Column over dood Hugh Hefner

Zo had ik nog een column willen schrijven over de dood van Playboy oprichter Hugh Hefner. Al is het alleen maar vanwege het feit dat het mij doet denken aan de tijd dat (ook) ik als puber stiekem en vol schaamte wel eens Playboys kocht en - hoe cliché - onder mijn matras verstopte. Waar op een dag natuurlijk - hoe cliché - mijn moeder achter kwam tijdens het verschonen van mijn bed.
Dat mijn moeder hier met mij vervolgens geen woord over repte, zegt een boel over haar, haar visie op opvoeden en over een van de mogelijke verklaringen voor de schaamte die ik ontwikkelde voor mijn seksuele gevoelens. 
 

Playboys en Porno

Zelf ben ik - mede door het generatieverschil - totaal anders dan mijn moeder. Niet dat ik ooit Playboys ben tegengekomen tijdens het verschonen van de bedden van mijn zoons. Wat behalve te verklaren zou kunnen zijn door het feit dat ik de bedden te weinig verschoon, toch vooral komt doordat mijn zoons zich gelukkig mogen prijzen om te leven in een tijd waarin je voor porno niet stiekem naar de winkel hoeft te gaan maar het aanzetten van je laptop of mobiel voldoet.
Maar mocht het toch nog voorkomen dat ik ergens porno aantref dan zal ik daar zeker terloops een opmerking of grapje over maken. Al is het alleen maar om te laten weten dat ze zich nergens voor hoeven te schamen omdat seksuele gevoelens volstrekt normaal zijn en (gelukkig) bij het leven horen.
Met taboes heb ik niets en mijn kinderen weten wel dat ze een open en nieuwsgierige vader hebben die bereid is over alles te praten. Niet dat ik mijn kinderen overigens veel heb lastig gevallen met gesprekken over gevoelige onderwerpen als de dood, zelfmoord, seks, porno, drugs, alcohol, geweld enzovoort - zelfs ik houd rekening met hun privacy en behoefte om als puber niet alles te willen delen met hun ouders - maar alles in dit rijtje is zeker meer dan eens gepasseerd en besproken. Al was het alleen maar naar aanleiding van de actualiteit en een column die ik erover had geschreven.
 

Column over Aung San Suu Kyi en de Rohungya

Over Aung San Suu Kyi - de bekende voorvechtster voor mensenrechten en democratie en winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 1991 en inmiddels de Adviseur van Staat van haar land Myanmar - had ik ook nog een column willen en eigenlijk moeten schrijven. En dan doel ik natuurlijk vooral op haar zwijgen rondom het op grote schaal schenden van de mensenrechten van de Rohingya, een islamitische etnische minderheidsgroepering in Myanmar.
Noem mij hard maar ik vind dat als je een zeer machtige positie bekleedt in een land waarin aantoonbaar door het leger op grote schaal misdaden begaan worden tegen de mensheid door het verkrachten, martelen en vermoorden van duizenden Rohingya-burgers en je blijft hierover in alle talen zwijgen of zelfs ontkennen, dan deug je niet. Punt. Dan mag je winnares van de Nobelprijs voor de Vrede zijn en een heldin voor miljoenen Boeddhistische (niet islamitische!) Myanmar-burgers, maar dan val je wat mij betreft keihard door de mand.
Haar zwijgen afdoen als een soort van tactiek om de stabiliteit in het land niet in gevaar te brengen, vind ik - excusez le mot - bullshit. De grote Aung San Suu Kyi die de ballen had om met alle risico’s van dien in het belang van de democratie jarenlang politieke oppositie te voeren tegen het militaire regime in haar land zou het nu opeens aan lef ontbreken en dus maar “veilig” kiezen voor een “tactische” handelswijze? Terwijl ze momenteel een van de machtigste politieke functies van het land bekleedt? Sorry, maar daar geloof ik echt helemaal niets van.
 

Keihard door het ijs gezakt

Naar mijn mening zal ieder moedig en wijs mens dat écht begaan is met de mensenrechten van alle mensen NOOIT zijn mond houden als deze op grove wijze worden geschonden.
Waar ik echter bang voor ben, is dat Aung San Suu Kyi net als de meeste inwoners van Myanmar de Rohingya slechts beschouwt als tweederangs burgers en hen dus eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Wat ook meteen zou verklaren waarom Aung San Suu Kyi in het openbaar de Rohingya nooit Rohingya noemt maar daarvoor de term “Bengali” gebruikt. Bengali betekent “mensen uit Bangladesh” waarmee wordt gesuggereerd dat de Rohingya geen inwoners van Myanmar zijn maar in feite illegalen of vluchtelingen die er niet thuishoren.
Heel jammer maar 2017 is voor mij ook het jaar waarin de (bijna) heilige Aung San Suu Kyi keihard door het ijs is gezakt. Aung San Suu Kyi rest niets anders dan zich te troosten met de geruststellende en wijze woorden die haar wijlen collega winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede (in 1993) Nelson Mandela ooit uitsprak over het begrip "heilige" (waarvoor hij zelf ook vaak werd aangezien): "A Saint is a sinner who keeps trying" (zie ook column 7).     
 
Hierna deel 2 over niet geschreven columns in 2017.
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.