vrijdag 9 mei 2014

128. COLUMN ALZHEIMER, ONTKENNINGSGEDRAG, EIGENWIJS, PRIVÉ: "Ik heb geen flauw benul wie je bent"

ONDERWERPEN: ALZHEIMER - PRIVÉ - EIGENWIJS“

 

Ik heb hier gelijk en niet jij

Je bent eigenwijs, ja dat ben je”, zei mijn moeder laatst tegen me. De nogal vreemde aanleiding van deze opmerking was dat zij beweerde dat ik in 1965 ben geboren en mijn zus twee jaar ouder is dan ik, terwijl ik toch echt dacht dat ik in 1966 het eerste levenslicht zag, drie jaar na mijn zus in 1963.
Afgezien nog van het feit dat mijn moeder de door velen gemaakte fout maakte door “eigenwijs” met “koppig” te verwarren₁, moet ik eerlijk bekennen dat als iemand mij “eigenwijs” noemt ik vaker denk van je bedoelt waarschijnlijk jezelf, want ik heb hier gelijk en niet jij. Maar zo sterk als deze keer heb ik dat gevoel nooit eerder gehad.
Typerend voor mijn geweldige overtuigingskracht richting mijn kinderen en hun enorme vertrouwen in mij is dat ik mijn dochter van elf nog mijn rijbewijs moest tonen om haar te overtuigen dat niet ik, maar toch echt haar oma van 84 jaar het hier bij het verkeerde eind had.
Ik voelde me hiertoe gedwongen, omdat ik anders het risico zou lopen volgend jaar al op mijn 49e verjaardag door mijn kinderen te worden lastiggevallen met al die Abraham-onzin. Iets wat ik overigens een jaar later ook absoluut niet wil, want ik heb niets met verjaardagen en zeker niet met het zoveelste decenniumjubileum van mezelf. Laten we het erop houden dat ik moeite heb met koetjes en kalfjes geneuzel en oud(er) worden. 
 

Alzheimer

Mijn zus zal dit incident ongetwijfeld meteen beschouwen als het bewijs dat na mijn in 2010 overleden dementerende vader nu ook mijn moeder de ziekte van Alzheimer te pakken heeft. Of beter gezegd: nu Alzheimer haar te pakken heeft.
Net als bij mijn vader in de begintijd van zijn ziekte weet ik het (nog) niet. Mijn moeder wordt net als mijn vader destijds steeds vergeetachtiger maar dat is niet zo gek op die leeftijd. De vraag waar het echter allemaal om draait, is of er ooit een omslagpunt komt waarop ik er niet meer omheen kan dat er meer aan de hand is dan normale vergeetachtigheid door ouderdom. Ongetwijfeld zullen er mensen zijn die vinden dat dat punt bereikt is op een moment dat je het geboortejaar van je zoon vergeten bent, maar ik weet het nog niet.
 

Toeristische junglejack

Met mijn vader bereikte ik dat omslagpunt definitief toen ik ooit drie dagen met hem en mijn oudste zoon naar Londen ging en 24 uur per dag de tijd kreeg om te zien hoe erg het met zijn vergeetachtigheid was gesteld.
Dan gingen we bijvoorbeeld met de metro, gaf ik hem zijn kaartje, wandelden mijn zoon en ik door het poortje en riep hij aan de andere kant dat ik hem zijn kaartje moest geven. Op mijn antwoord dat ik hem die net gegeven had, werd hij boos en ontkende dat. Waarna hij driftig alle twintig zakken van zijn toeristische junglejack begon te doorzoeken om het kaartje uiteraard pas in de twintigste zak te vinden. 
 

Deze man heb ik ooit heel goed gekend

Bij mijn oom, de vijftien jaar jongere broer van mijn vader, is dat omslagpunt inmiddels ook bereikt. Laatst vertelde hij me tijdens een wandeling dat het niet goed ging met zijn kortetermijngeheugen en het zelfs zo erg was dat hij me alvast waarschuwde dat wat ik nu tegen hem zei, hij over een halfuur waarschijnlijk alweer vergeten zou zijn.
Mijn oom kwam wel eens ex-collega’s in de supermarkt tegen die een praatje met hem wilden maken, terwijl hij alleen maar dacht: ik heb geen flauw benul wie je bent. Hij deed dan iets waar ik veel respect en begrip voor heb: hij legde zijn geheugenprobleem meteen aan die ex-collega uit waardoor hij geen toneelstukje hoefde te spelen en het gesprek kort kon worden gehouden. Een tip die ik overigens zal onthouden voor het geval ik ooit bepaalde ex-collega’s tegen het lijf mocht lopen.
Laatst was mijn oom weer zo’n ex-collega tegengekomen die hij niet herkende. “Maar”, zei mijn oom: “Gek genoeg had ik bij hem wel het gevoel van: deze man heb ik ooit heel goed gekend.”
 

Goh, wat leuk om jou ook weer eens te zien!

Grappig, maar vooral aandoenlijk en ontwapenend om te horen hoe mijn oom met zijn situatie omgaat. Zeker als je dat vergelijkt met mijn ervaringen met zijn broer en mijn vader jaren geleden. Mijn vader beet nog liever zijn tong af dan dat hij ooit zou toegeven dat er iets met hem en zijn geheugen mis was.
Zonder problemen zou hij een toneelstukje hebben opgevoerd en tegen zo’n ex-collega hebben geroepen van “Goh, wat leuk om jou ook weer eens te zien en hoe gaat het met jou?” Iets wat hij trouwens al deed toen hij nog geen Alzheimer had. Dan sprak een “bekende” hem aan, ontstond er een leuk gesprek, waarna ik later aan mijn vader vroeg wie dat was en dan zei hij “Geen idee, maar blijkbaar kende hij mij”.
 

Wishful thinking

Het ontkennen van mijn vader van zijn ziekte heb ik nooit begrepen, ook al weet ik dat dat veel vaker voorkomt bij Alzheimer-patiënten.
Ik vind het fascinerend te zien hoe mensen zichzelf zo in de maling kunnen nemen, terwijl ik zeker weet dat mijn intelligente vader drommels goed wist wat er aan de hand was.
Alsof door het ontkennen van een probleem het probleem er opeens niet meer is. Het is net als je rekeningen niet openen en denken dat je ze dan niet hoeft te betalen. Wishful thinking.
Ondanks dat mijn zus en ik bleven benadrukken dat het ontkenningsgedrag bij zijn ziekte hoorde, stoorde mijn moeder zich er mateloos aan. "Stronteigenwijs" noemde ze hem als hij zijn vergeetachtigheid wegwuifde met de opmerking dat we allemaal wel eens wat vergeten. In dat geval had mijn moeder overigens wél gelijk... 
 

Tonko

Wil je reageren op deze column? Ik hoor graag jouw mening!
Klik onderaan dit blog op "(Geen) opmerkingen" en plaats je reactie.

 
₁ Een fout die ik overigens ook lang heb gemaakt (zie column 4).

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten